Samen groeien op Cartesius2

Time flies when you’re having fun! En zo voelt het precies op Cartesius2. Het is alweer bijna Kerstvakantie en ik heb het gevoel dat ik net begonnen ben, maar aan de andere kant voelt het als thuiskomen. Tijd om eens op de 1e periode terug te blikken.

In een vorige blog beschreef ik mijn opzet voor de modules. Belangrijk is dat we werken op C2 volgens backwards design, waarbij we beginnen met het einde voor ogen. We kijken natuurlijk naar de kerndoelen die we in de onderbouw willen behalen. Daarna beschrijven we de leerdoelen per module en bij deze leerdoelen ontwikkelen we Rubrics, waarbij we aan de hand van de (herziene) taxonomie van Bloom drie niveaus onderscheiden (Basis – Gevorderd – Expert).

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, op papier had ik alles tot in de puntjes voorbereid, het klopte, gebaseerd op de bouwblokken van onze didactiek (Directe instructie – Formatieve assessment – Coöperatief leren). Let’s begin…..maar de praktijk is dan toch weer anders. De eerste paar lessen hadden de leerlingen even nodig om te wennen aan mijn systeem (Materiaal verzameld in een Trello bord, het gebruik van de checklist en rubric en de formatieve toetsen in Goformative). Maar eenmaal op weg konden ze al snel hun weg vinden in het materiaal en begrepen ze de opbouw van de een les (2,5 uur). Elke les beginnen met 15 minuten vaardigheden maken, directe instructie van een volgend leerdoel (systeem linker-rechter bladzijde in het schrift), oefenen met de opgaven, pauze, opsplitsen in groepen (waaronder de mogelijkheid tot verlengde instructie of op een rustige plek werken) en tot slot de les afsluiten. En ik kan je vertellen, 2,5 uur vliegt voorbij! En de rust die het geeft in school als je maar 1 wisselmoment hebt op een dag is enorm.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik ook wel een beetje opzag tegen het geven van een les van 2,5 uur. Maar ik merk dat ik het super vind! Ik heb echt de tijd om een leercyclus te doorlopen met de leerlingen en dus ook ruimte heb om formatieve assessment uit te voeren. Ik heb ook sneller zicht op welke leerlingen er snel doorheen lopen of juist moeite hebben, daar kan ik snel op anticiperen, door meer/minder werk te geven of te kijken naar ophelderen, verdieping of verbreding voor een leerling. Het uitgangspunt is dat de leerlingen hun werk in de les kunnen afkrijgen. Dan hebben we het over de gemiddelde leerling. Als het niet af komt, dan werken de leerlingen tussen 15:00 en 16:30 uur bij ons op school in de aula, waar ook altijd een aantal docenten aanwezig zijn. En we moeten de leerlingen serieus wegsturen om 16:30, zelfs op vrijdag!

De module in de 2e klas was lastiger, ik had teveel leerdoelen bedacht om te doen, maar moest duidelijk nog wennen aan wat ik in de beschikbare tijd aan bod kon laten komen. Uiteindelijk hebben we een module over oppervlakte en inhoud afgerond. Een verbeterpunt is het beter in beeld krijgen welke leerlingen uitvallen tijdens de module. Meer tijd nemen om in te oefenen voordat we uitdagende opgaven gaan maken. Toen ik daar op een middag over in zak en as zat was ik aan het sparren met onze rector, samen kwamen we op goede ideeën om dit op te pakken. Ideeën om sneller feedback te geven en meer gebruik te maken van peer feedback. Dat was echt top, samen sparren over verbeteringen! En dit is wat er ook veel gebeurd met mijn collega’s, samen sparren en elkaar verder helpen. Ik realiseer mij dat ik in een hele luxe situatie verkeer, werken met dit enthousiaste gedreven team! Daar ga ik ook zeker nog een tijdje van genieten.

De laatste week van de module was aangebroken en ik had voor beide modules een schriftelijke toets gemaakt. Een hele klus, want de toets had per leerdoel opgaven op alle niveaus. De leerlingen kregen van mij 2,5 uur de tijd, waarbij de eerste 10 minuten werden besteed aan het bekijken van de toets. Welke niveau zal ik gaan maken, welke opgaven schat ik in aan te kunnen? De leerlingen hadden door deze tijd ook de mogelijkheid om twee niveaus te maken, bijvoorbeeld eerst Basis te proberen en daarna ook nog de opgaven voor Gevorderd te maken. Om een beeld te geven van het begin van de toets van de 1e klas module: Rekenen.

toets FD1 afb

Het expert niveau is bedoeld voor de leerlingen die voor jouw module echt een uitdaging willen. Van de 100 leerlingen zijn er ongeveer 15 geweest die dit niveau hebben gehaald. Wat een prestatie! De uitwerking van deze opgaven waren soms wel een hele pagina lang. Doordat ik alle opgaven van de drie niveaus bij elkaar heb gezet zien de leerlingen de verschillen en ik merkte dat ze zichzelf gingen uitdagen om een hoger niveau te proberen. Wat was (en ben) ik trots! Ik heb nog nooit een dergelijke toets afgenomen in het VO, wat een toppers! Leerdoel 3 ging over breuken, best wel pittig voor een aantal leerlingen. Het doel is om alle leerdoelen te behalen, dus sommige leerlingen hadden wel leerdoel 2 behaald, maar niet leerdoel 3. Voor deze leerlingen heb ik nu 4 remediërende lessen aangeboden (45 min) over breuken en hebben een aantal leerlingen alsnog de module gehaald.

Waarom word ik hier blij van? Omdat het zo belangrijk is dat leerlingen bij wiskunde de bouwstenen op een goede manier ontwikkelen. Bouwstenen die ontbreken, geven hiaten en zorgen voor problemen om de rest van het wiskundebouwwerk neer te zetten. Ons uitgangspunt is, je behaalt de leerdoelen van een module, zo niet, dan is de module niet voldaan en ga je op een later moment de module inhalen, daarvoor hebben we tussen de periodes door deficiëntiedagen en aan het einde van het schooljaar deficiëntieweken. Als je de modules wel gehaald hebt, dan heb je op deze dagen de tijd om bepaalde modules op een hoger niveau te gaan halen. Zo zijn er ook leerlingen geweest die eerst basis hadden gehaald en in de deficiëntiedagen de toets op gevorderd niveau hebben behaald.

Natuurlijk zijn er ook ontwikkelpunten, zo had ik per leerdoel een digitale toets in Goformative gemaakt om te checken of leerlingen de stof eigen hadden gemaakt. Dit gaf een dusdanige overload aan informatie, dat ik dit niet kon inzetten om mijn onderwijs op aan te passen. Ik heb daarom besloten om deze digitale manier van meten er wel in te houden, maar met een ander doel, namelijk dat de leerling zelf inzicht krijgt in waar hij/zij staat. De feedback en het aanpassen van mijn onderwijs wat ik wilde doen n.a.v. deze gegevens ga ik anders oppakken, namelijk met feedbackcodes. Ik en mijn collega lopen rond met een stift en zetten een code (*, ? of !) in het schrift van een leerling. Elke code heeft een betekenis, samen met de leerlingen in hun groepje proberen ze te achterhalen wat er nog verbeterd kan worden aan de opgave. Op deze manier kunnen we de leerlingen snel van feedback voorzien, gaan de leerlingen elkaar helpen en weet de leerling of hij/zij op de goede weg is. Mochten de leerlingen er samen niet uitkomen, dan is de docent er om hulp te bieden.

Nu, inmiddels alweer ruim 3 weken op weg in de 2e periode, geef ik in de 1e klas een meetkunde module, de beginselen van de meetkunde. Waarbij we leren over de vlakke figuren, ruimtefiguren en het bereken van hoeken. Na een aantal lessen directe instructie en oefening over allerlei begrippen en het vaardig worden met passer en geo driehoek hebben de leerlingen een kwartet gemaakt van de onderdelen. Dit zijn lessen waar ik echt gelukkig van word, wat een enthousiasme en ijver stoppen de leerlingen in dit product. En natuurlijk krijgen ze feedback op de inhoud en is er een verbeterslag, waarbij ze nu weten dat half werk niet ok is, we gaan voor goed! De volgende opdracht (ruimtemeetkunde) is een opdracht waarin ze een gebouw gaan ontwerpen (idee gevonden in de Google Drive map van de facebookgroep ‘leraar wiskunde’). De eerste reactie: “Wat een gave opdracht!” Ik ben benieuwd, ik heb er in ieder geval al zin in. Hier een kleine impressie van de opdracht en beoordelingsrubric.

Architect opdracht

Onderdeel rubric architect

Enfin, ik zou denk ik nog wel 30 alinea’s kunnen schrijven over alles wat ik hier beleef, ontwikkel en meemaak. Voor nu houd ik het hier even bij, hopelijk heb je een indruk gekregen van de ontwikkelingen op het C2.

Advertenties

Dagje meelopen op het Kennemer College, waar ze gepersonaliseerd leren ingevoerd hebben.

Maandag 6 mrt 2017 heb ik mee mogen lopen met Mariska Maas op het Kennemer College, waar ze het 1e leerjaar nu volledig gepersonaliseerd werken volgens het Kunskapsskolan model.

De leerlingen beschikken allemaal over een Ipad en kunnen daarmee naar de Learning Portal. Hier staat het lesmateriaal in, opgedeeld in treden of in thema’s. Er zijn tredenvakken (ne, en, wi) en themavakken (ak, gs, bio etc.) De leerlingen lopen de treden stuk voor stuk door en als de trede behaald is, dan wordt deze door de docent afgetekend en kunnen de leerlingen verder met de volgende trede.

Elke dag begint met een gezamenlijke dag start met de coach, tijdens dit gezamenlijke moment worden belangrijke mededelingen gedaan, aandacht besteed aan sociale vaardigheden (mentorlessen) en iedere leerling maakt een eigen dagplanning in zijn logboek (een speciale agenda).

De dag bestaat vervolgens uit blokjes van 20 min. In deze 20 minuten kan het zijn dat er een instructiemoment is, de leerling op het leerplein is of bij een vak ingeroosterd staat zoals gymnastiek of beeldende vorming (meerdere blokjes van 20 minuten).

De planning wordt gemaakt in een speciale agenda, het logblogboek kunskapsskolanoek, waar de leerlingen aan het einde van de vorige week hun leerdoelen (wat) en werkdoelen (hoe) hebben geformuleerd.

Elke dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag zijn er voor de dag-start coachgesprekken. Elke leerling heeft ELKE week een coachgesprek van 15 minuten. Deze gesprekken gaan over de doelen, welke zijn behaald en welke niet en hoe komt dat. Wat is er nodig. Aan het einde van elk coachgesprek wordt er een persoonlijk doel geformuleerd, dat moet een klein en concreet doel zijn waar de leerling de komende week mee aan de slag kan gaan. Bijvoorbeeld: ‘Ik zorg dat ik elke dag mijn spullen bij me heb.’ Of ‘Ik ga eerst werken aan vakken die ik minder interessant vind en daarna aan de leuke vakken.’ De leerling formuleert dit leerdoel zelf en schrijft deze in hun logboek op.

Elke dag wordt weer gezamenlijk afgesloten met de mentor. Hier wordt kort teruggekeken op de dag en wordt er aandacht besteed aan het nieuws of andere zaken die besproken moeten worden. De mentor kan hier een eigen invulling aan geven, passend bij de groep of gebeurtenissen.

Ik vond het ontzettend leuk om de docenten en leerlingen op deze manier aan het werk te zien. Een paar dingen zijn mij opgevallen:

  • De leerlingen komen op het leerplein, pakken hun spullen en gaan vrijwel onmiddellijk aan de slag. Ze leggen hun agenda op hun tafel en op de Ipad starten ze de bijbehorende opdracht (volgens planning) op. Doordat er in de ochtend een dagplanning is gemaakt, gaat er geen tijd verloren aan nadenken wat ze gaan doen.
  • De leerlingen krijgen Rubrics met daarin de succescriteria op verschillende niveaus (aangegeven met kleur). Als leerlingen een succescriterium behalen op een hoger niveau dan dat ze zijn ingedeeld geeft de docent dat aan in de Rubric. Dit kan motiverend werken om meer uit jezelf te halen.
  • Het leerplein is opgedeeld in secties (talen, bèta, mens en maatschappij, biologie). Bij elke sectie is minimaal één docent aanwezig die één van die vakken geeft. De docenten zijn actief op het leerplein, ze lopen rond, spreken met de leerlingen over het werk waar ze mee bezig zijn en sturen de leerlingen aan.
  • Het eigenaarschap en de verantwoordelijkheid voor het leren wordt telkens bij de leerling gelegd. De begeleiding van de leerlingen is vooral gericht op het aanleren van de juiste vaardigheden die hierbij horen, zoals plannen, vragen stellen, doorzetten, keuzes maken etc.)
  • Langs de muren staan kasten met materiaal voor de verschillende vakken en er staan dozen waar leerlingen hun werk in kunnen leveren. Tussen de kasten zijn plekken gecreëerd om alleen te kunnen werken.
  • Er is op bepaalde momenten ook een stiltelokaal waar de leerlingen in stilte kunnen werken. Leerlingen kunnen hiervoor kiezen.
  • Een knelpunt is dat een instructie van 20 minuten (effectieve tijd 15 min) te kort is om een check in te bouwen of de gegeven instructie begrepen is. Deze check zou dan uit het gemaakte werk (op het leerplein) moeten komen, maar de directe feedback zou waardevol kunnen zijn om de leerlingen goed op weg te helpen. (formatief toetsen)
  • Ik persoonlijk mis nog een beetje de ruimte voor de bevlogen docent (als leermeester) die de leerlingen meeneemt of inspireert. Wellicht gebeurt dit wel, maar was dat vandaag niet zichtbaar.
  • Ik zag hier hard werkende en betrokken docenten, maar ook hardwerkende leerlingen die een groot deel van de dag ‘aan’ staan.
  • Het concept wordt schoolbreed ingevoerd en moet volgend jaar zijn doorgang maken naar de 2e Dit is nog wel spannend, aangezien niet alle docenten het zien zitten om op deze manier te werken.

Als conclusie zou ik willen zeggen dat het systeem een sterke basis heeft, waardoor de leerlingen weten wat ze moeten doen en geholpen worden met hoe ze het moeten aanpakken. De coaches spelen in dit systeem een belangrijke rol, de manier waarop die de leerlingen begeleiden moet in lijn zijn met de uitgangspunten van het systeem.

Ik voel me soms een teckel aan een rolriem….

In deze blog wil ik met jullie mijn overpeinzing delen over hoe ik mij af en toe voel in mijn werkzame leven….als een teckel aan een rolriem, zoiets als je in dit filmpje ziet ;).

hond-aan-riem

Ik ren me rot, als een teckel met zijn kleine pootjes, dat wil zeggen dat ik best wel hard werk, maar dat ik met mijn kleine pootjes het gevoel heb dat ik niet zo ver kom. En dan opeens…..STOP….maximale lengte van mijn riem is bereikt.

En als ik dan mijn riem voel trekken (lees: onderwijssysteem voel knellen), dan gaan er allerlei gedachten door mijn hoofd. Ben ik te hard van stapel gegaan? Is hetgeen dat ik wil bereiken wel realistisch?Zijn er collega’s die ditzelfde willen bereiken? Deel ik wel genoeg met mijn collega’s?

Dat ik dit zo ervaar is niet zo vreemd, de laatste tijd krijg ik steeds vaker de feedback dat het belangrijk is om niet te ver vooruit te lopen, omdat ik op deze manier de mensen die mee willen lopen verlies. Bij een wandeling (lees: marathon) is het ook verstandig om af en toe eens stil te staan en om je heen te kijken, ga ik nog wel de goede kant op, de kant die ik wil en kan gaan? Loop ik nog samen met de mensen die mee wilden lopen? Kunnen mijn leerlingen het bijbenen?

En natuurlijk hebben de mensen die mij deze feedback geven ook gelijk, want onderwijs maak je samen en als je in een verander- of ontwikkelproces zit, dan heb je elkaar nodig!

MAAR….waarom is dit dan zo ingewikkeld voor mij? Heeft dit ermee te maken dat ik te ongeduldig ben? Of komt het omdat ik ook écht niet meer terug kan (lees: wil) in het onderwijs zoals het was. Stappen terugdoen kan ik niet meer, dan verlies ik mijn energie en werkplezier. Stappen vooruit zetten is dus ook ingewikkeld, want dan voel ik telkens die rolriem trekken. Deze innerlijke strijd kost helaas ook veel energie. Hoe kan ik hier dan het beste mee omgaan?

Een belangrijk leerpunt dit jaar was dat ik meer moet delen met mijn collega’s. Ik kan van alles bedenken en ontwikkelen, maar als ik het niet deel (en bespreek) met mijn collega’s kan ik ook niet verwachten dat we samen deze ontwikkelingen oppakken.

Een mooi steunpunt is voor mij de facebookgroep ‘actief leren zonder cijfers’, waar lief en leed, materiaal, vragen, artikelen en ervaringen gedeeld worden. Hier haal ik veel energie uit, het gevoel dat we samen op deze missie zijn en dat we dat allemaal op onze eigen werkplek in de praktijk proberen te brengen, met vallen en opstaan.

Tekenend voor mijn innerlijke tweestrijd waren de artikelen in de NRC afgelopen week. Het eerste artikel was van Merle van Lier “Aan dit onderwijs heb ik niks”, een leerling uit 6V, die aangeeft dat ze niet voorbereidt wordt op het ‘echte’ leven na school. Een artikel dat ik ja-knikkend zat te lezen. De radartjes in mijn hoofd draaiden al weer op volle toeren hoe we ons onderwijs kunnen aanpassen zodat onze leerlingen wel het gevoel hebben dat ze er iets aan hebben. Want eerlijk gezegd heb ik mij zelf als VWO leerling ook vaak zo gevoeld. Een reactie op het artikel van Merle van Lier kwam van Steven Geurts “Praat liever eens met je leraar, Merle”, een biologiedocent (van een andere school) die aangeeft dat Merle de volgende keer beter in gesprek kan gaan met haar eigen docenten i.p.v. de landelijke krant, haar argumenten moet baseren op feiten en dat haar wensen organisatorisch en financieel niet haalbaar zijn. Dan denk ik ten eerste bij mijzelf, hoezo niet haalbaar? En misschien heeft Merle wel al met haar docenten gesproken? Oftewel, ik merk dat ik partij kies voor de leerling die ervaart dat het onderwijs echt wel anders kan.

Maar, misschien heb ik wel hetzelfde als zwangere vrouwen. Als je zwanger bent, zie je opeens allemaal zwangere vrouwen en heb je het gevoel dat de halve wereld zwanger is, precies tegelijk met jou…wat toevallig. Wat ik hiermee bedoel te zeggen, misschien zit ik wel in een tunnelvisie in mijn missie om het anders aan te pakken voor de leerlingen die ik lesgeef en zie ik alleen de artikelen die gaan over ander onderwijs.

Maar dan realiseer ik mij ook weer hoe het dagelijks is voor de klas, ik zie dat er (naar mijn idee) teveel leerlingen ‘uit’ staan. Ik zie leerlingen die zichzelf door de dag heen slepen en ’s middags huiswerkkeuzes maken gebaseerd op de grote toetsdruk. “Sorry, mevrouw, ik heb het huiswerk voor wiskunde niet gemaakt, want ik heb vandaag twee proefwerken en morgen en overmorgen ook nog een SO.” En dat zijn de momenten dat ik weer weet WAAROM ik het zo graag anders wil. Ik wil samen met de leerlingen LEREN, niet overleven van toets naar toets.

Ok, al schrijvend kom ik tot de conclusie dat ik echt wel begrijp dat ik aan de riem moet, hond-aan-riem-onderzoekendmaar dan zou ik graag samen op onderzoek willen, dus een riem die af en toe wat meer meebeweegt.

Mijn ultieme droom en doel is natuurlijk om zonder riem onderwijsontwikkelingen mogelijk te maken, maar tot die tijd zoek ik gewoon de randjes op….het moment waarop de rolriem KLIK zegt….maximale lengte bereikt.