Starten op Cartesius 2… spannend!

cartesius2Het begon allemaal met een vacature: ‘schoolbouwers/onderwijsontwikkelaars gezocht’. Mijn eerste gedachte was, dat is precies wat ik nu nodig heb. Hoeveel ruimte een bestaande school je ook wilt geven, het blijft een grote, logge organisatie waar snelle vernieuwingen niet bestaan. Mijn droom was sowieso al om zelf een nieuwe school te beginnen. Helaas zijn die mogelijkheden er (nog) niet in Haarlem e.o. Ok, Amsterdam, gewoon maar een sollicitatiebrief schrijven en als ik uitgenodigd wordt de reistijd ondervinden (1 uur van deur tot deur). Tot mijn grote vreugde werd ik uitgenodigd en zelfs aangenomen. Ik voelde mij meteen thuis en daarbij had ik het Cartesius2 al vanaf de zijlijn gevolgd. Na een weekend thuis brainstormen hoe we alle organisatorische obstakels gingen handelen, de knoop doorgehakt, 4 dagen naar Amsterdam. Spannend!

Het laatste overleg voor de zomervakantie was al zo anders, ik kreeg vrijwel meteen het vertrouwen om het vak Formeel Denken verder te ontwikkelen. Er lag al materiaal voor het 1e jaar, dat kon ik gebruiken en daar op verder borduren. Alleen al het VERTROUWEN krijgen om het vak vorm te gaan geven gaf een enorme energie boost. En het mooie is, als je van iemand dat vertrouwen krijgt dan zorg je ook dat je dat vertrouwen niet schaadt. Met deze boost begon mijn zomervakantie.

Dus….16 jaar lang met Getal en Ruimte voor de klas gestaan. Natuurlijk van alles erbij bedacht en geprobeerd een eigen draai te geven aan de lessen, maar het boek is heilig, die zorgt voor de doorlopende leerlijn en die zorgt dat alle stof behandeld moet worden. Maar nu, waar te beginnen. Mijn eerste stap was om alle leerdoelen van leerjaar 1 t/m 3 uit te werken en te sorteren op de verschillende domeinen binnen de wiskunde. Meteen de leerdoelen uitschrijven in leerlingentaal. Dit zorgde voor een duidelijk raamwerk, de kerndoelen moeten natuurlijk wel gehaald worden. Gelukkig heb ik na 16 jaar ervaring redelijk om mijn netvlies wat de leerlingen in de onderbouw onder de knie moeten krijgen.

En dan….het internet. Ongelooflijk hoeveel materiaal er beschikbaar is online. Math4all en De Wageningse methode hebben een hele leerlijn wiskunde online beschikbaar. Dus nadat ik de leerdoelen grofweg over de modules had verdeeld begon ik met materiaal verzamelen voor de eerste modules van het leerjaar 1 en 2. Daarnaast ben ik ook positief over het werk van Jo Boaler, nadat ik haar boek ‘Mathematical Mindsets’ had gelezen. Op haar site Youcubed staan hele mooie opdrachten waarbij de wiskunde vanuit een ander oogpunt belicht wordt. Het vooral op verschillende manieren aanbieden en het zoeken en vinden van patronen in deze opdrachten zorgen (hopelijk) ook voor plezier én inzicht in de wiskunde. Terwijl ik bezig was met het vullen van mijn spreadsheet merkte ik hoe verlossend het was om even uit het keurslijf van het boek te stappen.

Door de manier waarop het Cartesius2 nu wordt ingericht, het aanbieden van modules, zorgt er mijn inziens voor dat je flexibel blijft. Modules worden elke periode geëvalueerd en herzien, ook kan je met de tijd meegaan en modules aanpassen aan de huidige ontwikkelingen.

Enfin, toen ik in mijn spreadsheet een overzicht had welke leerdoelen ik wilde behandelen en wat inspiratie had opgedaan in beschikbaar materiaal ben ik een rubric gaan opstellen. Wat zijn op 3 niveaus (basis – gevorderd – expert) de omschrijvingen wat ik van de leerling verwacht aan het einde van deze module. Dit was best heel moeilijk, om ook precies aan te geven wat de verschillen tussen de niveaus zijn.

Het principe van backwards design kwam nu van pas. Ik maakte een aantal toetsopgaven bij de verschillende leerdoelen en bij de verschillende niveaus. Aan de hand van deze toetsopgaven kon ik mijn rubric aanscherpen. Het raamwerk staat!

rubric FD1Mijn volgende vraag was, hoe ga ik dit structureren voor de leerlingen. Mijn collega van vorig jaar, Claire Linders, had in Trello een mooie SCRUM methode gevonden om de leerdoelen gestructureerd aan te bieden en door te werken. In Trello heb ik per leerdoel een kaartje (digitaal) aangemaakt. In dit kaartje zit al het lesmateriaal dat de leerlingen nodig hebben om het leerdoel eigen te maken. Om de paar leerdoelen is er een formatieve toets. De leerlingen meten dan hun voortgang en omdat deze toets digitaal is (goformative) zijn er twee voordelen, de tool kijkt na en ik heb een overzicht van de voortgang van de leerlingen. Een nadeel is dat de tussenstappen er niet in kunnen, maar daarvoor ben ik in de les actief aan het kijken wat de leerlingen in hun schrift schrijven. Als de leerlingen de formatieve toets hebben gemaakt, kruizen ze in de checklist zelf aan welke leerdoelen ze behaald hebben.

Trello bord:
Trello bord

Checklist voor leerlingen:
checklijst FD1

Een structuur waar de leerlingen natuurlijk even aan moeten wennen. De eerste les was dan ook vooral de structuur uitleggen en je aanmelden bij alle digitale tools. Gelukkig werken we met Google Classroom en daarin kan je al het materiaal verzamelen en de tools werken weer samen met Google Classroom. Een verademing met vorig jaar, waar de leerlingen continue weer wachtwoorden waren vergeten en moesten switchen tussen de tools.

Oh ja, dan vergeet ik nog de wiskundige vaardigheden. We beginnen ELKE les met 10 minuten vaardigheden. Ook dit kan weer prima digitaal. De leerlingen hebben een vaardigheden schrift en een wiskunde schrift, zodat ze lekker kunnen berekenen in hun vaardigheden schrift zonder dat het door de opgaven van de module zelf heen gaat.

Tot slot nog even over het wiskunde schrift, we werken volgens de methode van linker- en rechterbladzijde. Links komt het leerdoel, succescriteria, de aantekeningen en de gemaakte fouten (misconcepten ondervangen).  Op de rechterbladzijde gaan de leerlingen oefenen met opgaven. Zo wordt het leerproces zichtbaar.

Kan je het nog volgen? Het is veel werk, niet alleen het samenstellen van al het materiaal, maar vooral ook het denkwerk wat hier in gaat zitten. Het spannendste is nu of wat ik bedenk ook daadwerkelijk de uitwerking heeft die ik verwacht. Daarvoor is het nu nog te vroeg. We hebben bijna de eerste lesweek erop zitten, de introductie is gedaan…..

Eén ding is zeker, het geeft heel veel voldoening om aan de slag te gaan met het ontwikkelde materiaal. Ik houd jullie op de hoogte….

N.B. En in die reistijd heb ik toch mooi weer even een blogje kunnen samenstellen.

 

 

Advertenties

MeetUp020, Assessment for Learning, niet zomaar een werkvorm….a way of teaching!

Op de MeetUp020 afgelopen woensdag 5 april bleek weer eens dat formatief toetsen niet zomaar een werkvorm of ICT tool is dat je kan toepassen, het is een totaal proces, waar alleen rendement uit gehaald kan worden als er tijd en aandacht is voor het gehele proces. Dit is niet alleen voor de docenten een leerproces, maar ook voor de leerlingen. Assessment for learning is wellicht een betere benaming voor dit proces, omdat in het woord ‘formatief toetsen’ men misschien teveel denkt aan schriftelijke toetsen.

De groep deelde zich op in tweeën, waarbij ik een presentatie bijwoonde van Jasper Beckeringh en Berry Nieskens, twee docenten van  het Cartesius2. Zij hebben ons meegenomen in het proces van assessment for learning. De andere groep ging materialen en ervaringen uitwisselen, vooral verzameld vanuit het leerlab van leerling2020 formatief toetsen.

20170405_203913_HDR

Het proces van assessment for learning (AFL) heeft te maken met de feedback-cyclus. Je begint het Feed Up (leerdoelen delen) – tijdens het proces zijn er momenten van Feed Back (waar sta ik nu?) en je helpt de leerlingen op weg om de leerdoelen te behalen met behulp van Feed Forward (wat moet ik nog doen om het leerdoel te behalen?)

Waarom wil je AFL inzetten?
Leerlingen:
– Krijgen beter inzicht in leereffecten (resultaat, gedrag en ervaring).
– Kunnen daardoor zelf interventies plegen in hun leerproces (eigenaarschap).

Docenten:
– Krijgen beter inzicht in de vorderingen van de leerling en obstakels daarin.
– Kunnen hun onderwijs bijstellen n.a.v. deze inzichten.
– Verhoogde leereffecten, dus minder remediëring.

Je kan AFL inzetten binnen 1 les, maar ook binnen een lessenserie.

Jasper en Berry hebben dit mooi weergegeven is 6 duidelijke stappen:

Stap 1: Leerdoelen formuleren en bespreken.
We weten het allemaal van onze lerarenopleiding. Zet op het linkerbord (of rechterbord) de leerdoelen voor de les en het programma. Waarom is het zo belangrijk dat we dit doen, dit is de Feed Up in het leerproces. Belangrijk is om deze leerdoelen actief te delen met de leerlingen en hierbij dus ook te letten op meetbare doelen met bekende begrippen voor de leerlingen. Als de leerling het leerdoel niet begrijpt, is het moeilijk om actief bezig te zijn met dit doel. Formuleer voor de leerlingen in deze leerdoelen de leerresultaten (kennis en kunde) en het leergedrag (bijv. evalueren leerresultaten) en zorg dat dit meetbaar is. Als docent ben je scherper met jouw leerdoelen bezig door ze zo duidelijk mogelijk te formuleren voor de leerlingen en kan je vervolgens nadenken welke leeractiviteit hierbij hoort.

Stap 2: Demonstreer gewenste denkactiviteit.
Als docent ben je expert in jouw vakgebied. Zorg dat je de strategie/werkwijze van de leerling helemaal ontrafeld, deze is voor jou inmiddels geautomatiseerd, maar de leerlingen beginnen hier pas net aan. Zorg dat je de denkstappen die je hier maakt expliciet maakt. Je kan ook denken aan good practices en zorg dat je jouw gedachten ook hardop verwoord. Hiermee wordt het voor de leerling duidelijk wat er van hen verwacht wordt en geef je de leerling ook het voorbeeld om bij een vraag hun denkstappen te verwoorden. Dit geeft weer de mogelijkheid om bepaalde denkfouten op te sporen en bij te sturen.

Stap 3: Organiseer interactie.
Zorg voor interactieve werkvormen waarbij de leerlingen uitgedaagd/gestimuleerd worden om hun denkactiviteiten te verwoorden. Bij het samenwerkend leren wil je graag directe interactie, individuele aanspreekbaarheid en wederzijdse positieve afhankelijkheid. Je kan hierbij denken aan opdrachten zoals: “Bespreek hoe je het hebt aangepakt en bekijk de overeenkomsten en verschillen.” of “Als jullie op hetzelfde zijn uitgekomen hoe zijn jullie hiertoe gekomen en zo niet, waar is het verschil ontstaan.” Om zo efficiënt mogelijk met de lestijd om te gaan kan je bijvoorbeeld feedback codes (? ! *) afspreken als de leerlingen elkaars werk bekijken (peer-feedback). Ook als docent kan je werk voorzien van feedback waarbij de leerling vervolgens nog een actieve taak heeft om zijn werk te verbeteren.

Stap 4: Classroom Assessment Techniques
Nu komen we bij het onderdeel wat nu vooral in de onderwijsworkshops aan bod komt, formatieve tools om het leren zichtbaar te maken. Online zijn hier heel wat ideeën voor te vinden. Jasper en Berrie hadden een aantal op een rijtje gezet, zoals; Muddiest point (wat is het minst duidelijk), Student generated question (zelf toetsvragen bedenken), One sentence summary (in één zin de kern opschrijven), Chain notes (vraag op een enveloppe en de antwoorden van de leerlingen erin). Naast deze offline methodes zijn er ook een heleboel ICT tools op de markt om het leren zichtbaar te maken en voor de docent in kaart te brengen; denk aan goformative, Bookwidgets, Quizlet, Peardeck, Nearpod etc.
Maar wat hier belangrijk aan is, dat de leerdoelen die je vooraf hebt geformuleerd nu gemeten kunnen worden. Waar sta ik nu?

Stap 5: Organiseer feedback
Het inzetten van de formatieve tool of werkvorm is meestal nog niet het probleem, maar hier een vervolg aan geven kan tijdrovend en ingewikkeld zijn. Daarom zeggen Jasper en Berrie, organiseer deze feedback. Denk hier van te voren ook over na in jouw lesplanning. De feedback kan op verschillende manieren; van de docent, van de leerling zelf of van een klasgenoot (peer feedback).  Waar je voor kiest hangt van een heleboel factoren af. Tijd, ervaring docent en leerlingen, online/offline, schoolcultuur, groepsdynamiek etc.
Ik denk dat deze stap de grootste uitdaging is. Hoe geef ik hier een goede invulling aan, zodat de leerling en docent er ook wat aan hebben. Dit is ook een onderdeel waar ik nog graag met collega’s ideeën over zou willen uitwisselen. Hoe pak je dit aan?
Op het Cartesius2 hebben ze lessen van 150 minuten, waarschijnlijk is hier bewust voor gekozen om tijd te hebben voor het gehele leerproces. De leerlingen leren op school, geen huiswerk en ook geen cijfers. AFL speelt hierbij een belangrijke rol bij het in kaart brengen van het leerproces van de leerlingen.

Stap 6: Evaluatie en revisie
Na de feedback en feedforward is het moment voor de leerling om zijn werk en proces te evalueren en eventueel te verbeteren of aan te passen. Jasper en Berrie raden daarom aan om hiervoor tijd te geven na het feedback/-forward moment. Zorg dat ze deze vertaalslag nog maken voordat ze jouw lokaal verlaten, anders vervliegt het, terwijl dit belangrijke leermomenten zijn.

Tussendoor kwamen er interessante vragen van collega’s uit het po, vo, svo, mbo en hbo. Hierdoor ontstonden interessante discussies. De tijd was te kort om er inhoudelijk mee aan de slag te gaan. Bij meer tijd hadden we samen een les kunnen uitdenken om deze theorie concreet te maken.

De ‘bar’ werd geopend en onder het genot van een drankje babbelden we nog wat na, zelfs toen de lichten uit gingen stonden nog veel collega’s buiten de school nog na te praten. Deze avond gaf mij weer stof tot nadenken en verscherpte mijn beeld van AFL in mijn lessen. En daarbij weer een boost met positieve energie, ik vind het geweldig om een avond te sparren met bevlogen docenten!

ICT tool: symbaloo lessonplans, op weg naar gepersonaliseerd leren?

In mijn vorige blog heb ik mijn overpeinzingen over studiewijzers gedeeld en gaf ik aan dat ik de ICT tool symbaloo lessonplans gebruik om een soort studiewijzer+ te maken. In deze blog wil ik laten zien hoe ik deze tool inzet.

symbaloo-2

Mijn motto: eerst het doel, dan pas de tool.

Voordat ik inga op hoe ik symbaloo lessonplans gebruik wil ik eerst even ingaan op waarom ik deze tool gebruik. Vorig schooljaar ben ik begonnen met het inzetten van formatief toetsen (formative assessment) in mijn lessen. Dat wil zeggen dat ik regelmatig meet waar de leerlingen staan ten opzichte van de te bereiken doelen van het hoofdstuk en dat ik daar mijn onderwijs op afstem. Ook voor de leerlingen is dit een moment waarop ze inzicht krijgen in welke mate ze de onderdelen beheersen. Dit doe ik op verschillende manieren: mini whiteboards, werkbladen, interactieve werkbladen, exit tickets (post-its), testjes in goformative en rubrics. Mijn eerste inspiratie om op deze manier te gaan werken kwam van de BBC serie ‘The classroom experiment’ van Dylan William en het bijbehorende boek ‘Cijfers geven werkt niet’ vertaald door Rene Kneyber. En daarna heb ik heel veel inspiratie gehaald uit de facebookgroep ‘actief leren zonder cijfers’.

Ik merkte dat ik in mijn les een tool zocht die uitkomst bood voor de combinatie van formatief toetsen, differentiëren en zelfstandig werken. Eerst was ik aan de slag met Blendspace van TES. Deze tool geeft de mogelijkheid om allerlei materiaal samen te voegen; tekst, video’s, links, quizzes, documenten etc. Je richt de Blendspace in voor het hoofdstuk waarmee je aan de slag gaat en deelt de link met de leerlingen. De leerlingen kunnen de blokjes doorlopen en hebben zo toegang tot al mijn verzamelde materiaal.

Het enige wat ik miste was de mogelijkheid om een andere leerroute in te bouwen. Op social media kwam ik een bericht tegen over een nieuwe tool Symbaloo Lessonplans. Alles wat ik in Blendspace ook al kon, maar hierbij de mogelijkheid om meerdere routes in te bouwen en te volgen waar de leerling gebleven is in de leerroute.

Hoe werk ik met Symbaloo Lessonplans?

Ik begin met het ophakken van een hoofdstuk in leerdoelen. Voordat ik begin aan het hoofdstuk bedenk ik welke voorkennis de leerlingen nodig hebben en stel ik waar nodig een voorkennistoets samen, meestal doe ik dit in Goformative. Per leerdoel bedenk ik welke opdrachten ze daarbij moeten maken en ik sluit één of meerdere leerdoelen af met een formatieve test. Na deze test kan ik zien welke leerlingen er nog verlengde instructie of oefening nodig hebben. Per leerdoel zoek ik ook naar geschikte instructievideo’s, meestal zijn dat video’s van de wiskundeacademie. Al dit materiaal zet ik achter elkaar in het lesplan van Symbaloo. Er ontstaat op deze manier een spelbord waarbij ze met een digitale pion de route volgen. Bij de verschillende formatieve momenten bied ik een extra lus aan, waarin wordt aangegeven welke opgaven ze kunnen oefenen om het onderdeel beter onder de knie te krijgen. Hier een voorbeeld van één van mijn lesplannen. In de marktplaats van Symbaloo Lessonplans kan je zoeken naar lesplannen van andere docenten. Deze kan je gebruiken en aanpassen.

Technische knelpunten….

….de leerlingen loggen in met een lescode, als ze de les daarna niet precies met dezelfde naam als de vorige keer inloggen, worden ze weer aan het begin van het lesplan gezet.
….door deze verwarring heb ik als docent veel vervuiling in mijn overzicht waar de leerlingen zijn.
….tijdens het werken neem je de vorderingen op van de leerlingen, hierdoor kan je niet tussentijds het lesplan aanpassen.
….deze tool is eigenlijk ontwikkeld voor één les, terwijl ik het voor een lessenreeks van 2 à 3 weken gebruik.

Onderwijskundige overpeinzing.

In mijn zoektocht naar beter onderwijs heb ik een aantal wensen die ik graag in mijn onderwijspraktijk wil verwezenlijken, is deze tool antwoord op mijn wensen?

Ik zou graag meer eigenaarschap bij de leerling willen ontwikkelen over hun leerproces.
Mijn idee van eigenaarschap.
– Een leerling heeft inzicht in en begrip van de te behalen leerdoelen.
– Leerlingen kunnen zelf keuzes maken in de manier waarop ze deze leerdoelen willen behalen.
– Leerlingen hebben invloed in de tijd die ze hieraan besteden (met eventueel een einddatum voor de te behalen leerdoelen)
– De docent kan gerichte feedback en feedforward geven op het proces en het product.

Het eigenaarschap ligt nog grotendeels bij mij, aangezien ik het onderwijsaanbod in elkaar zet en de leerroute bepaal. Er zijn wel keuzemomenten ingebouwd voor de leerlingen en de leerling mag zijn eigen tempo bepalen. Er is dus sprake van een bepaalde mate van differentiatie. Het aanbieden van een Rubric geeft een leerling overzicht over de te behalen leerdoelen, echter worstel ik nog met het inbedden van deze rubrics. De leerlingen zijn niet gewend hiermee te werken en het kost mij veel tijd om dit op een goede manier te begeleiden. Ook de hoeveelheid informatie die ik moet verwerken is moeilijk in te passen. Hier ligt nog een uitdaging, waarbij ik denk dat een deel van de oplossing zit in het de leerlingen aanleren hoe je inzicht krijgt in jouw eigen leerproces en de juiste hulpvraag kan formuleren.

Ik zou graag meer los willen komen van de methode, het wiskunde onderwijs anders willen vormgeven, zodat meer leerlingen aan kunnen haken.
Na het lezen van het boek van Jo Boaler: Mathematical Mindsets ben ik geïnspireerd geraakt om wiskunde op een rijkere, meer visuele, uitdagende manier aan te bieden. In dit artikel wordt het mooi samengevat. Door de wiskunde op verschillende manieren aan te bieden worden meerdere gebieden van de hersenen gebruikt en kunnen er betere verbindingen gemaakt worden. Ok, ik hoor het je denken, dat kan je toch niet verwachten van een ICT tool. Haha, nee dat klopt. De ICT tool is het hulpmiddel om mijn doel te verwezenlijken. Hier heb ik nog een lange weg te gaan. De werkdruk ligt hoog, het ontwikkelen van een wiskundige leerlijn met materiaal kost veel tijd en kan ik ook niet in mijn eentje. Wellicht dat er meer docenten zijn die dit doel nastreven, dan lijkt het mij leuk als je hieronder reageert. Deze tool zou het materiaal mooi samen kunnen brengen.

Kortom, een ICT tool die veel mogelijkheden heeft en een mooie stap is in mijn ontwikkeling van het (wiskunde) onderwijs. Dat ik nog niet ben waar ik zou willen zijn is wellicht duidelijk, maar ach….het zou toch ook maar saai worden als ik daar al ben, dan heb ik niets meer te ontwikkelen :).