MeetUp020, Assessment for Learning, niet zomaar een werkvorm….a way of teaching!

Op de MeetUp020 afgelopen woensdag 5 april bleek weer eens dat formatief toetsen niet zomaar een werkvorm of ICT tool is dat je kan toepassen, het is een totaal proces, waar alleen rendement uit gehaald kan worden als er tijd en aandacht is voor het gehele proces. Dit is niet alleen voor de docenten een leerproces, maar ook voor de leerlingen. Assessment for learning is wellicht een betere benaming voor dit proces, omdat in het woord ‘formatief toetsen’ men misschien teveel denkt aan schriftelijke toetsen.

De groep deelde zich op in tweeën, waarbij ik een presentatie bijwoonde van Jasper Beckeringh en Berry Nieskens, twee docenten van  het Cartesius2. Zij hebben ons meegenomen in het proces van assessment for learning. De andere groep ging materialen en ervaringen uitwisselen, vooral verzameld vanuit het leerlab van leerling2020 formatief toetsen.

20170405_203913_HDR

Het proces van assessment for learning (AFL) heeft te maken met de feedback-cyclus. Je begint het Feed Up (leerdoelen delen) – tijdens het proces zijn er momenten van Feed Back (waar sta ik nu?) en je helpt de leerlingen op weg om de leerdoelen te behalen met behulp van Feed Forward (wat moet ik nog doen om het leerdoel te behalen?)

Waarom wil je AFL inzetten?
Leerlingen:
– Krijgen beter inzicht in leereffecten (resultaat, gedrag en ervaring).
– Kunnen daardoor zelf interventies plegen in hun leerproces (eigenaarschap).

Docenten:
– Krijgen beter inzicht in de vorderingen van de leerling en obstakels daarin.
– Kunnen hun onderwijs bijstellen n.a.v. deze inzichten.
– Verhoogde leereffecten, dus minder remediëring.

Je kan AFL inzetten binnen 1 les, maar ook binnen een lessenserie.

Jasper en Berry hebben dit mooi weergegeven is 6 duidelijke stappen:

Stap 1: Leerdoelen formuleren en bespreken.
We weten het allemaal van onze lerarenopleiding. Zet op het linkerbord (of rechterbord) de leerdoelen voor de les en het programma. Waarom is het zo belangrijk dat we dit doen, dit is de Feed Up in het leerproces. Belangrijk is om deze leerdoelen actief te delen met de leerlingen en hierbij dus ook te letten op meetbare doelen met bekende begrippen voor de leerlingen. Als de leerling het leerdoel niet begrijpt, is het moeilijk om actief bezig te zijn met dit doel. Formuleer voor de leerlingen in deze leerdoelen de leerresultaten (kennis en kunde) en het leergedrag (bijv. evalueren leerresultaten) en zorg dat dit meetbaar is. Als docent ben je scherper met jouw leerdoelen bezig door ze zo duidelijk mogelijk te formuleren voor de leerlingen en kan je vervolgens nadenken welke leeractiviteit hierbij hoort.

Stap 2: Demonstreer gewenste denkactiviteit.
Als docent ben je expert in jouw vakgebied. Zorg dat je de strategie/werkwijze van de leerling helemaal ontrafeld, deze is voor jou inmiddels geautomatiseerd, maar de leerlingen beginnen hier pas net aan. Zorg dat je de denkstappen die je hier maakt expliciet maakt. Je kan ook denken aan good practices en zorg dat je jouw gedachten ook hardop verwoord. Hiermee wordt het voor de leerling duidelijk wat er van hen verwacht wordt en geef je de leerling ook het voorbeeld om bij een vraag hun denkstappen te verwoorden. Dit geeft weer de mogelijkheid om bepaalde denkfouten op te sporen en bij te sturen.

Stap 3: Organiseer interactie.
Zorg voor interactieve werkvormen waarbij de leerlingen uitgedaagd/gestimuleerd worden om hun denkactiviteiten te verwoorden. Bij het samenwerkend leren wil je graag directe interactie, individuele aanspreekbaarheid en wederzijdse positieve afhankelijkheid. Je kan hierbij denken aan opdrachten zoals: “Bespreek hoe je het hebt aangepakt en bekijk de overeenkomsten en verschillen.” of “Als jullie op hetzelfde zijn uitgekomen hoe zijn jullie hiertoe gekomen en zo niet, waar is het verschil ontstaan.” Om zo efficiënt mogelijk met de lestijd om te gaan kan je bijvoorbeeld feedback codes (? ! *) afspreken als de leerlingen elkaars werk bekijken (peer-feedback). Ook als docent kan je werk voorzien van feedback waarbij de leerling vervolgens nog een actieve taak heeft om zijn werk te verbeteren.

Stap 4: Classroom Assessment Techniques
Nu komen we bij het onderdeel wat nu vooral in de onderwijsworkshops aan bod komt, formatieve tools om het leren zichtbaar te maken. Online zijn hier heel wat ideeën voor te vinden. Jasper en Berrie hadden een aantal op een rijtje gezet, zoals; Muddiest point (wat is het minst duidelijk), Student generated question (zelf toetsvragen bedenken), One sentence summary (in één zin de kern opschrijven), Chain notes (vraag op een enveloppe en de antwoorden van de leerlingen erin). Naast deze offline methodes zijn er ook een heleboel ICT tools op de markt om het leren zichtbaar te maken en voor de docent in kaart te brengen; denk aan goformative, Bookwidgets, Quizlet, Peardeck, Nearpod etc.
Maar wat hier belangrijk aan is, dat de leerdoelen die je vooraf hebt geformuleerd nu gemeten kunnen worden. Waar sta ik nu?

Stap 5: Organiseer feedback
Het inzetten van de formatieve tool of werkvorm is meestal nog niet het probleem, maar hier een vervolg aan geven kan tijdrovend en ingewikkeld zijn. Daarom zeggen Jasper en Berrie, organiseer deze feedback. Denk hier van te voren ook over na in jouw lesplanning. De feedback kan op verschillende manieren; van de docent, van de leerling zelf of van een klasgenoot (peer feedback).  Waar je voor kiest hangt van een heleboel factoren af. Tijd, ervaring docent en leerlingen, online/offline, schoolcultuur, groepsdynamiek etc.
Ik denk dat deze stap de grootste uitdaging is. Hoe geef ik hier een goede invulling aan, zodat de leerling en docent er ook wat aan hebben. Dit is ook een onderdeel waar ik nog graag met collega’s ideeën over zou willen uitwisselen. Hoe pak je dit aan?
Op het Cartesius2 hebben ze lessen van 150 minuten, waarschijnlijk is hier bewust voor gekozen om tijd te hebben voor het gehele leerproces. De leerlingen leren op school, geen huiswerk en ook geen cijfers. AFL speelt hierbij een belangrijke rol bij het in kaart brengen van het leerproces van de leerlingen.

Stap 6: Evaluatie en revisie
Na de feedback en feedforward is het moment voor de leerling om zijn werk en proces te evalueren en eventueel te verbeteren of aan te passen. Jasper en Berrie raden daarom aan om hiervoor tijd te geven na het feedback/-forward moment. Zorg dat ze deze vertaalslag nog maken voordat ze jouw lokaal verlaten, anders vervliegt het, terwijl dit belangrijke leermomenten zijn.

Tussendoor kwamen er interessante vragen van collega’s uit het po, vo, svo, mbo en hbo. Hierdoor ontstonden interessante discussies. De tijd was te kort om er inhoudelijk mee aan de slag te gaan. Bij meer tijd hadden we samen een les kunnen uitdenken om deze theorie concreet te maken.

De ‘bar’ werd geopend en onder het genot van een drankje babbelden we nog wat na, zelfs toen de lichten uit gingen stonden nog veel collega’s buiten de school nog na te praten. Deze avond gaf mij weer stof tot nadenken en verscherpte mijn beeld van AFL in mijn lessen. En daarbij weer een boost met positieve energie, ik vind het geweldig om een avond te sparren met bevlogen docenten!

Dagje meelopen op het Kennemer College, waar ze gepersonaliseerd leren ingevoerd hebben.

Maandag 6 mrt 2017 heb ik mee mogen lopen met Mariska Maas op het Kennemer College, waar ze het 1e leerjaar nu volledig gepersonaliseerd werken volgens het Kunskapsskolan model.

De leerlingen beschikken allemaal over een Ipad en kunnen daarmee naar de Learning Portal. Hier staat het lesmateriaal in, opgedeeld in treden of in thema’s. Er zijn tredenvakken (ne, en, wi) en themavakken (ak, gs, bio etc.) De leerlingen lopen de treden stuk voor stuk door en als de trede behaald is, dan wordt deze door de docent afgetekend en kunnen de leerlingen verder met de volgende trede.

Elke dag begint met een gezamenlijke dag start met de coach, tijdens dit gezamenlijke moment worden belangrijke mededelingen gedaan, aandacht besteed aan sociale vaardigheden (mentorlessen) en iedere leerling maakt een eigen dagplanning in zijn logboek (een speciale agenda).

De dag bestaat vervolgens uit blokjes van 20 min. In deze 20 minuten kan het zijn dat er een instructiemoment is, de leerling op het leerplein is of bij een vak ingeroosterd staat zoals gymnastiek of beeldende vorming (meerdere blokjes van 20 minuten).

De planning wordt gemaakt in een speciale agenda, het logblogboek kunskapsskolanoek, waar de leerlingen aan het einde van de vorige week hun leerdoelen (wat) en werkdoelen (hoe) hebben geformuleerd.

Elke dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag zijn er voor de dag-start coachgesprekken. Elke leerling heeft ELKE week een coachgesprek van 15 minuten. Deze gesprekken gaan over de doelen, welke zijn behaald en welke niet en hoe komt dat. Wat is er nodig. Aan het einde van elk coachgesprek wordt er een persoonlijk doel geformuleerd, dat moet een klein en concreet doel zijn waar de leerling de komende week mee aan de slag kan gaan. Bijvoorbeeld: ‘Ik zorg dat ik elke dag mijn spullen bij me heb.’ Of ‘Ik ga eerst werken aan vakken die ik minder interessant vind en daarna aan de leuke vakken.’ De leerling formuleert dit leerdoel zelf en schrijft deze in hun logboek op.

Elke dag wordt weer gezamenlijk afgesloten met de mentor. Hier wordt kort teruggekeken op de dag en wordt er aandacht besteed aan het nieuws of andere zaken die besproken moeten worden. De mentor kan hier een eigen invulling aan geven, passend bij de groep of gebeurtenissen.

Ik vond het ontzettend leuk om de docenten en leerlingen op deze manier aan het werk te zien. Een paar dingen zijn mij opgevallen:

  • De leerlingen komen op het leerplein, pakken hun spullen en gaan vrijwel onmiddellijk aan de slag. Ze leggen hun agenda op hun tafel en op de Ipad starten ze de bijbehorende opdracht (volgens planning) op. Doordat er in de ochtend een dagplanning is gemaakt, gaat er geen tijd verloren aan nadenken wat ze gaan doen.
  • De leerlingen krijgen Rubrics met daarin de succescriteria op verschillende niveaus (aangegeven met kleur). Als leerlingen een succescriterium behalen op een hoger niveau dan dat ze zijn ingedeeld geeft de docent dat aan in de Rubric. Dit kan motiverend werken om meer uit jezelf te halen.
  • Het leerplein is opgedeeld in secties (talen, bèta, mens en maatschappij, biologie). Bij elke sectie is minimaal één docent aanwezig die één van die vakken geeft. De docenten zijn actief op het leerplein, ze lopen rond, spreken met de leerlingen over het werk waar ze mee bezig zijn en sturen de leerlingen aan.
  • Het eigenaarschap en de verantwoordelijkheid voor het leren wordt telkens bij de leerling gelegd. De begeleiding van de leerlingen is vooral gericht op het aanleren van de juiste vaardigheden die hierbij horen, zoals plannen, vragen stellen, doorzetten, keuzes maken etc.)
  • Langs de muren staan kasten met materiaal voor de verschillende vakken en er staan dozen waar leerlingen hun werk in kunnen leveren. Tussen de kasten zijn plekken gecreëerd om alleen te kunnen werken.
  • Er is op bepaalde momenten ook een stiltelokaal waar de leerlingen in stilte kunnen werken. Leerlingen kunnen hiervoor kiezen.
  • Een knelpunt is dat een instructie van 20 minuten (effectieve tijd 15 min) te kort is om een check in te bouwen of de gegeven instructie begrepen is. Deze check zou dan uit het gemaakte werk (op het leerplein) moeten komen, maar de directe feedback zou waardevol kunnen zijn om de leerlingen goed op weg te helpen. (formatief toetsen)
  • Ik persoonlijk mis nog een beetje de ruimte voor de bevlogen docent (als leermeester) die de leerlingen meeneemt of inspireert. Wellicht gebeurt dit wel, maar was dat vandaag niet zichtbaar.
  • Ik zag hier hard werkende en betrokken docenten, maar ook hardwerkende leerlingen die een groot deel van de dag ‘aan’ staan.
  • Het concept wordt schoolbreed ingevoerd en moet volgend jaar zijn doorgang maken naar de 2e Dit is nog wel spannend, aangezien niet alle docenten het zien zitten om op deze manier te werken.

Als conclusie zou ik willen zeggen dat het systeem een sterke basis heeft, waardoor de leerlingen weten wat ze moeten doen en geholpen worden met hoe ze het moeten aanpakken. De coaches spelen in dit systeem een belangrijke rol, de manier waarop die de leerlingen begeleiden moet in lijn zijn met de uitgangspunten van het systeem.

Studiewijzers…houvast of een strop?

De afgelopen 15 jaar heb ik mijn wiskundelessen georganiseerd met behulp van studiewijzers. Keurig staat er in een aantal kolommen de datum, de paragraaftitel, de te maken opgaven, het huiswerk en in ons digitale tijdperk wellicht linkjes naar instructievideo’s en extra materiaal. Ik heb altijd gezorgd dat de studiewijzers accuraat en overzichtelijk zijn voor de leerlingen. De SO’s en PW-en stonden ruim van te voren aangekondigd en bij de start van het hoofdstuk weten de leerlingen precies waar ze aan toe zijn.

Maar hoe gebruikt de leerling dan mijn studiewijzer?

Ik zie dat de leerlingen heel verschillend omgaan met dit hulpmiddel, een aantal leerlingen strepen keurig de gemaakte opgaven af en werken gestaag het hoofdstuk door. Andere leerlingen zijn dit papier al na les 1 kwijt en vragen vriendelijk, doch dwingend of ik wel het huiswerk in magister wil zetten. Ook is er een groep leerlingen die de studiewijzer braaf aanneemt, maar het vervolgens net zo goed als wigje opvouwt om het ietwat verouderde meubilair stabiel te krijgen.

Dit startte bij mij het gedachteproces over wat ik eigenlijk wil bereiken met het delen van de studiewijzers met de leerlingen?

Waarom werk ik met een studiewijzer?

…omdat het duidelijk is, er staat wat ik verwacht dat elke leerling doet voor de betreffende data.
…omdat ik dan op tijd mijn toetsen in magister kan inplannen, vooral als er ook veel andere vakken toetsen willen plannen, ben je toch de eerste!
…omdat ik dan goed mijn jaarplanning in de gaten kan houden, krijg ik de stof dit jaar wel af?
…omdat, ja waarom eigenlijk….

Ten eerste is het MIJN studiewijzer. Als docent heb ik het hoofdstuk bestudeerd, opgedeeld in segmenten, nagedacht over de te behalen leerdoelen, een inschatting gemaakt van de snelheid van de gemiddelde leerling en hierop een tijdspad gekozen. Ik heb gekeken welke opgaven belangrijk, moeilijk en onzinnig zijn en vervolgens de nummers van de opgaven in de studiewijzer geklopt  voor de leerlingen. Ik heb dus eigenaarschap over deze studiewijzer, de gegevens die erin staan hebben betekenis voor mij. Een leerling kan helaas dit proces niet meelezen in mijn studiewijzer. Data, paragraafkopjes en te maken opgaven zijn af te lezen….en een aantal zien vooral een grote berg werk :(.

Ten tweede is de studiewijzer NIET flexibel. Er valt een les uit, de docent is ziek, het was toch wat teveel huiswerk, het sneeuwt buiten etc. En dan blijf je toch schuiven in de studiewijzer, data veranderen, het aantal opgaven aanpassen. Vooral sinds ik bezig ben met formatief toetsen in mijn lessen wil ik WEL flexibel kunnen zijn. Ik wil kunnen reageren op de vraag van de leerlingen. Ik wil keuzes kunnen maken tijdens de lessen, leerlingen andere opdrachten geven dan hun klasgenoten en hiermee aansluiten op de ontwikkelingen van individuele of groepjes leerlingen.

DUS, wat wil ik dan wel?

…ik wil graag dat leerlingen nadenken over de leerdoelen die we deze les of dit hoofdstuk willen behalen.
…ik wil dat de leerlingen nadenken over welke opgaven ze gaan maken.
…ik wil de leerlingen begeleiden in het maken van deze keuzes?
…ik wil graag reageren op wat er gebeurt in de lessen en meebewegen met de groep.
…ik wil graag dat de leerlingen LEREN en dat ze zich bewust zijn van dit leren.
…ik wil graag dat de leerdoelen ook echt ons DOEL zijn en niet het afkrijgen van het hoofdstuk.

Oké, ik denk niet dat we het kind met het badwater moeten weggooien. Duidelijkheid en structuur is belangrijk en geeft houvast. Maar de studiewijzer, in zijn papieren vorm, is op dit moment voor mij een STROP en geen hulpmiddel.

Mijn eerste voorzichtige stappen naar een andere vorm.

Op dit moment werk ik veel met symbaloo lessonplans in mijn laptopklassen. Dit is een online tool waarin ik al het materiaal zet wat ik beschikbaar heb voor mijn leerlingen: voorkennistestjes, formatieve testjes, de te maken opgaven of applets, instructievideo’s, interactieve werkbladen, rubrics en wiskunde spelletjes. Je kan het zien als een digitale studiewijzer of ELO zonder data. De leerlingen loggen in en beginnen aan de leerroute. In de les bekijk ik wat haalbaar is, waar staan de leerlingen en wat is er nu nodig. Mijn motto hierbij is: LEREN DOEN WE OP SCHOOL. Als ik vervolgens huiswerk opgeef, is dit een verlengstuk van het zojuist geleerde. Dit kan zijn het oefenen van een bepaalde vaardigheid of een opgave maken waar je thuis even op moet puzzelen. Soms is huiswerk niet nodig, dan hebben we genoeg geleerd tijdens de les.

Het is nog geen antwoord op al mijn wensen, maar het zorgt wel dat ik veel flexibeler ben en kan meebewegen met de groep. Voor mij nu een stap in de goede richting, maar wellicht zijn er meer die met hetzelfde dilemma zitten en ook in oplossingen denken, dan zou ik het heel leuk vinden om hierover ideeën uit te wisselen!