Wiskundeonderwijs 2.0?

In juni hebben we bij ons op school twee onderwijs experimenteerweken, in deze weken wordt het rooster losgelaten en gaan we met de hele school proberen om ons onderwijs op een meer ideale manier aan te bieden.

Hoe de twee weken gaan verlopen is spannend, een hele organisatie. Maar het proces ernaartoe is ook heel interessant. We hebben twee studiemiddagen en een aantal dagen een 40-minuten rooster om overlegtijd vrij te maken. De energie zit er goed in als we na kunnen denken over ons onderwijs zonder (of in ieder geval met minder) beperkingen. Eerst bespreken we waar we nu de knelpunten ervaren in ons wiskundeonderwijs:

 

  • Consumerende houding bij leerlingen.
  • Beperkt aandacht voor het individu.
  • Het systeem van voordoen – nadoen, waarbij de leerlingen te weinig wiskundige denkactiviteit hebben. Het aanleren van stappenplannen, terwijl we ze daarnaast ook strategieën willen aanbieden om een wiskundevraagstuk aan te pakken.
  • Tijdverlies bij overgangen tussen de lessen en tijdens de les.
  • Compenseren met cijfers, waardoor er hiaten in de wiskundekennis en vaardigheden ontstaan.
  • Achterstand van leerlingen door afwezigheid.
  • In de methode de context die duidelijk verzonnen en/of onlogisch is, liever aanhaken bij vakken waar de toepassing relevant is. Of leerlingen laten werken met realistisch materiaal.

slapende-leerling

Toen we het daar over eens waren konden we gaan nadenken over een manier om ons wiskundeonderwijs vorm te gaan geven in de experimenteerweken. We willen de consumerende houding ‘aanpakken’ door leerlingen te laten kiezen in welk lokaal ze wiskunde gaan volgen, een lokaal waar verlengde instructie is, een lokaal waar je samenwerkend kan leren en een lokaal waar je zelfstandig in stilte kan werken. De jaarlagen hebben tegelijkertijd wiskunde, waardoor de klassen door elkaar gehusseld worden. Door tussentijds formatieve momenten in te bouwen, willen we de leerlingen inzicht geven in waar ze nu staan en deze informatie ook te gebruiken bij het kiezen van een werkvorm.

Ondertussen zijn er een aantal wiskunde collega’s al bezig met het uitproberen van deze manier van werken in 4 havo, waarbij leerlingen een lokaal kiezen. Het verloopt nog niet vlekkeloos, vooral in de klas waar ze samenwerkend mogen leren wordt de docent ‘gedwongen’ in de rol van politieagent. Maar waar de leerlingen zelf kiezen voor verlengde instructie is er meer focus, rust en aandacht. Het is voor de leerlingen ook wennen om op een andere manier deel te  nemen aan de wiskundelessen, het gesprek met de leerlingen is hier belangrijk.

In de bovenbouw  van het vwo is mijn collega, Menno Lagerwey, bezig met “flipping the classroom”. Menno maakt zelf uitlegvideo’s (Math with Menno), deze video’s bekijken de leerlingen thuis. In de les is er daardoor alle tijd om onder begeleiding van de docent te werken aan de opgaven. Menno ervaart hierdoor een andere leerhouding bij de leerlingen, meer rust tijdens de lessen doordat er geen overgangsmomenten in de les zitten en meer zelfredzaamheid en focus bij de leerlingen.

Tijdens onze vergaderingen merk ik dat we ook veel in oplossingen denken om de knelpunten aan te pakken. Iedere collega heeft hier zijn eigen toegevoegde waarde. Er zijn collega’s die bezig zijn met formatief toetsen in de lessen, een ander richt zich op het stimuleren van de wiskundige denkactiviteiten en weer een ander geeft aan dat we de wiskundige vaardigheden toch meer onder de aandacht moeten brengen. Ik denk dat de grote uitdaging nu ligt in het bundelen van elkaars ideeën en talenten tot een gezamenlijk stukje wiskundeonderwijs.

Mijn hoofd kent in deze processen geen rust, de radartjes draaien dan op volle toeren. Ik probeer hetgeen dat ik lees en hoor te combineren tot iets wat werkbaar kan zijn in onze dagelijkse praktijk. Mijn gedachtekronkels brachten mij tot een voorstel die ik heb voorgelegd aan mijn sectiegenoten:

Als we nu eens modules ontwikkelen binnen de domeinen (SLO). Zelf ontwikkelen en-/of ook samenstellen uit het boek. Bij elke module bekijken we welke voorkennis (vaardigheden en kennis) nodig is en welke voorgaande module dus behaald moet zijn om met een volgende module te kunnen starten. We leggen aan de leerlingen uit dat wiskunde bestaat uit bouwblokken (de modules) en dat als bijvoorbeeld getallenleer module 1 niet behaald is, je niet kan beginnen aan getallenleer module 2, omdat je over onvoldoende kennis en vaardigheden beschikt.

domeinen-wiskunde

Door de verschillende soorten (domeinen) modules af te wisselen, kunnen leerlingen in een zij-traject een achterstand inhalen. Wellicht kunnen we een uur in de week ergens losweken om leerlingen bij te schaven en meer tijd te geven. Het gaat om het behalen van de leerdoelen (zichtbaar te maken in rubrics) die bij de module horen. De modules stellen we gezamenlijk samen, hierdoor kunnen we onze talenten bundelen. Een doorlopende leerlijn wiskundig denken en strategieën om een wiskundig vraagstuk aan te pakken, kunnen een duidelijke plek krijgen. Gedurende de modules gebruiken we formatieve momenten om te kijken of de leerlingen de verschillende deelvaardigheden beheersen. Daar liggen mooie feedbackmomenten, zowel feedback en feedforward. De feedup krijgen de leerlingen bij het delen van de leerdoelen. De module sluiten we af met een meetmoment. De vorm van het meetmoment kunnen we in overleg bepalen. Als de leerdoelen niet behaald zijn dan wordt er gekeken naar een manier om deze leerdoelen alsnog te behalen.

Als we beginnen in de brugklas en dit elk jaar uitbouwen naar een volgend jaar, dan krijgen we mooi een doorlopende leerlijn, niet alleen voor de wiskunde, maar ook voor de manier van leren.

Het lijkt mij fantastisch om samen aan de slag te gaan en onze knelpunten ook aan te pakken! Maar tegelijkertijd vind ik het ook spannend om mijn gedachtekronkels te delen, wat vinden mijn collega’s hiervan?

De eerste reactie was in ieder geval heel positief! Mijn collega deelde als dank de TED talk van Conrad Wolfram, die een zeer bevlogen verhaal heeft over waar het wiskundeonderwijs volgens hem heen moet in deze eeuw en ook precies de vinger op de zere plek legt van ons huidige wiskundeonderwijs. Mijn andere collega’s spreek ik volgende week, ik ben heel benieuwd…..

Ben jij op school ook bezig met het vormgeven van het wiskundeonderwijs, dan ben ik heel benieuwd naar die ontwikkelingen! Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat.

 

Advertenties

Ik voel me soms een teckel aan een rolriem….

In deze blog wil ik met jullie mijn overpeinzing delen over hoe ik mij af en toe voel in mijn werkzame leven….als een teckel aan een rolriem, zoiets als je in dit filmpje ziet ;).

hond-aan-riem

Ik ren me rot, als een teckel met zijn kleine pootjes, dat wil zeggen dat ik best wel hard werk, maar dat ik met mijn kleine pootjes het gevoel heb dat ik niet zo ver kom. En dan opeens…..STOP….maximale lengte van mijn riem is bereikt.

En als ik dan mijn riem voel trekken (lees: onderwijssysteem voel knellen), dan gaan er allerlei gedachten door mijn hoofd. Ben ik te hard van stapel gegaan? Is hetgeen dat ik wil bereiken wel realistisch?Zijn er collega’s die ditzelfde willen bereiken? Deel ik wel genoeg met mijn collega’s?

Dat ik dit zo ervaar is niet zo vreemd, de laatste tijd krijg ik steeds vaker de feedback dat het belangrijk is om niet te ver vooruit te lopen, omdat ik op deze manier de mensen die mee willen lopen verlies. Bij een wandeling (lees: marathon) is het ook verstandig om af en toe eens stil te staan en om je heen te kijken, ga ik nog wel de goede kant op, de kant die ik wil en kan gaan? Loop ik nog samen met de mensen die mee wilden lopen? Kunnen mijn leerlingen het bijbenen?

En natuurlijk hebben de mensen die mij deze feedback geven ook gelijk, want onderwijs maak je samen en als je in een verander- of ontwikkelproces zit, dan heb je elkaar nodig!

MAAR….waarom is dit dan zo ingewikkeld voor mij? Heeft dit ermee te maken dat ik te ongeduldig ben? Of komt het omdat ik ook écht niet meer terug kan (lees: wil) in het onderwijs zoals het was. Stappen terugdoen kan ik niet meer, dan verlies ik mijn energie en werkplezier. Stappen vooruit zetten is dus ook ingewikkeld, want dan voel ik telkens die rolriem trekken. Deze innerlijke strijd kost helaas ook veel energie. Hoe kan ik hier dan het beste mee omgaan?

Een belangrijk leerpunt dit jaar was dat ik meer moet delen met mijn collega’s. Ik kan van alles bedenken en ontwikkelen, maar als ik het niet deel (en bespreek) met mijn collega’s kan ik ook niet verwachten dat we samen deze ontwikkelingen oppakken.

Een mooi steunpunt is voor mij de facebookgroep ‘actief leren zonder cijfers’, waar lief en leed, materiaal, vragen, artikelen en ervaringen gedeeld worden. Hier haal ik veel energie uit, het gevoel dat we samen op deze missie zijn en dat we dat allemaal op onze eigen werkplek in de praktijk proberen te brengen, met vallen en opstaan.

Tekenend voor mijn innerlijke tweestrijd waren de artikelen in de NRC afgelopen week. Het eerste artikel was van Merle van Lier “Aan dit onderwijs heb ik niks”, een leerling uit 6V, die aangeeft dat ze niet voorbereidt wordt op het ‘echte’ leven na school. Een artikel dat ik ja-knikkend zat te lezen. De radartjes in mijn hoofd draaiden al weer op volle toeren hoe we ons onderwijs kunnen aanpassen zodat onze leerlingen wel het gevoel hebben dat ze er iets aan hebben. Want eerlijk gezegd heb ik mij zelf als VWO leerling ook vaak zo gevoeld. Een reactie op het artikel van Merle van Lier kwam van Steven Geurts “Praat liever eens met je leraar, Merle”, een biologiedocent (van een andere school) die aangeeft dat Merle de volgende keer beter in gesprek kan gaan met haar eigen docenten i.p.v. de landelijke krant, haar argumenten moet baseren op feiten en dat haar wensen organisatorisch en financieel niet haalbaar zijn. Dan denk ik ten eerste bij mijzelf, hoezo niet haalbaar? En misschien heeft Merle wel al met haar docenten gesproken? Oftewel, ik merk dat ik partij kies voor de leerling die ervaart dat het onderwijs echt wel anders kan.

Maar, misschien heb ik wel hetzelfde als zwangere vrouwen. Als je zwanger bent, zie je opeens allemaal zwangere vrouwen en heb je het gevoel dat de halve wereld zwanger is, precies tegelijk met jou…wat toevallig. Wat ik hiermee bedoel te zeggen, misschien zit ik wel in een tunnelvisie in mijn missie om het anders aan te pakken voor de leerlingen die ik lesgeef en zie ik alleen de artikelen die gaan over ander onderwijs.

Maar dan realiseer ik mij ook weer hoe het dagelijks is voor de klas, ik zie dat er (naar mijn idee) teveel leerlingen ‘uit’ staan. Ik zie leerlingen die zichzelf door de dag heen slepen en ’s middags huiswerkkeuzes maken gebaseerd op de grote toetsdruk. “Sorry, mevrouw, ik heb het huiswerk voor wiskunde niet gemaakt, want ik heb vandaag twee proefwerken en morgen en overmorgen ook nog een SO.” En dat zijn de momenten dat ik weer weet WAAROM ik het zo graag anders wil. Ik wil samen met de leerlingen LEREN, niet overleven van toets naar toets.

Ok, al schrijvend kom ik tot de conclusie dat ik echt wel begrijp dat ik aan de riem moet, hond-aan-riem-onderzoekendmaar dan zou ik graag samen op onderzoek willen, dus een riem die af en toe wat meer meebeweegt.

Mijn ultieme droom en doel is natuurlijk om zonder riem onderwijsontwikkelingen mogelijk te maken, maar tot die tijd zoek ik gewoon de randjes op….het moment waarop de rolriem KLIK zegt….maximale lengte bereikt.

 

ICT tool: symbaloo lessonplans, op weg naar gepersonaliseerd leren?

In mijn vorige blog heb ik mijn overpeinzingen over studiewijzers gedeeld en gaf ik aan dat ik de ICT tool symbaloo lessonplans gebruik om een soort studiewijzer+ te maken. In deze blog wil ik laten zien hoe ik deze tool inzet.

symbaloo-2

Mijn motto: eerst het doel, dan pas de tool.

Voordat ik inga op hoe ik symbaloo lessonplans gebruik wil ik eerst even ingaan op waarom ik deze tool gebruik. Vorig schooljaar ben ik begonnen met het inzetten van formatief toetsen (formative assessment) in mijn lessen. Dat wil zeggen dat ik regelmatig meet waar de leerlingen staan ten opzichte van de te bereiken doelen van het hoofdstuk en dat ik daar mijn onderwijs op afstem. Ook voor de leerlingen is dit een moment waarop ze inzicht krijgen in welke mate ze de onderdelen beheersen. Dit doe ik op verschillende manieren: mini whiteboards, werkbladen, interactieve werkbladen, exit tickets (post-its), testjes in goformative en rubrics. Mijn eerste inspiratie om op deze manier te gaan werken kwam van de BBC serie ‘The classroom experiment’ van Dylan William en het bijbehorende boek ‘Cijfers geven werkt niet’ vertaald door Rene Kneyber. En daarna heb ik heel veel inspiratie gehaald uit de facebookgroep ‘actief leren zonder cijfers’.

Ik merkte dat ik in mijn les een tool zocht die uitkomst bood voor de combinatie van formatief toetsen, differentiëren en zelfstandig werken. Eerst was ik aan de slag met Blendspace van TES. Deze tool geeft de mogelijkheid om allerlei materiaal samen te voegen; tekst, video’s, links, quizzes, documenten etc. Je richt de Blendspace in voor het hoofdstuk waarmee je aan de slag gaat en deelt de link met de leerlingen. De leerlingen kunnen de blokjes doorlopen en hebben zo toegang tot al mijn verzamelde materiaal.

Het enige wat ik miste was de mogelijkheid om een andere leerroute in te bouwen. Op social media kwam ik een bericht tegen over een nieuwe tool Symbaloo Lessonplans. Alles wat ik in Blendspace ook al kon, maar hierbij de mogelijkheid om meerdere routes in te bouwen en te volgen waar de leerling gebleven is in de leerroute.

Hoe werk ik met Symbaloo Lessonplans?

Ik begin met het ophakken van een hoofdstuk in leerdoelen. Voordat ik begin aan het hoofdstuk bedenk ik welke voorkennis de leerlingen nodig hebben en stel ik waar nodig een voorkennistoets samen, meestal doe ik dit in Goformative. Per leerdoel bedenk ik welke opdrachten ze daarbij moeten maken en ik sluit één of meerdere leerdoelen af met een formatieve test. Na deze test kan ik zien welke leerlingen er nog verlengde instructie of oefening nodig hebben. Per leerdoel zoek ik ook naar geschikte instructievideo’s, meestal zijn dat video’s van de wiskundeacademie. Al dit materiaal zet ik achter elkaar in het lesplan van Symbaloo. Er ontstaat op deze manier een spelbord waarbij ze met een digitale pion de route volgen. Bij de verschillende formatieve momenten bied ik een extra lus aan, waarin wordt aangegeven welke opgaven ze kunnen oefenen om het onderdeel beter onder de knie te krijgen. Hier een voorbeeld van één van mijn lesplannen. In de marktplaats van Symbaloo Lessonplans kan je zoeken naar lesplannen van andere docenten. Deze kan je gebruiken en aanpassen.

Technische knelpunten….

….de leerlingen loggen in met een lescode, als ze de les daarna niet precies met dezelfde naam als de vorige keer inloggen, worden ze weer aan het begin van het lesplan gezet.
….door deze verwarring heb ik als docent veel vervuiling in mijn overzicht waar de leerlingen zijn.
….tijdens het werken neem je de vorderingen op van de leerlingen, hierdoor kan je niet tussentijds het lesplan aanpassen.
….deze tool is eigenlijk ontwikkeld voor één les, terwijl ik het voor een lessenreeks van 2 à 3 weken gebruik.

Onderwijskundige overpeinzing.

In mijn zoektocht naar beter onderwijs heb ik een aantal wensen die ik graag in mijn onderwijspraktijk wil verwezenlijken, is deze tool antwoord op mijn wensen?

Ik zou graag meer eigenaarschap bij de leerling willen ontwikkelen over hun leerproces.
Mijn idee van eigenaarschap.
– Een leerling heeft inzicht in en begrip van de te behalen leerdoelen.
– Leerlingen kunnen zelf keuzes maken in de manier waarop ze deze leerdoelen willen behalen.
– Leerlingen hebben invloed in de tijd die ze hieraan besteden (met eventueel een einddatum voor de te behalen leerdoelen)
– De docent kan gerichte feedback en feedforward geven op het proces en het product.

Het eigenaarschap ligt nog grotendeels bij mij, aangezien ik het onderwijsaanbod in elkaar zet en de leerroute bepaal. Er zijn wel keuzemomenten ingebouwd voor de leerlingen en de leerling mag zijn eigen tempo bepalen. Er is dus sprake van een bepaalde mate van differentiatie. Het aanbieden van een Rubric geeft een leerling overzicht over de te behalen leerdoelen, echter worstel ik nog met het inbedden van deze rubrics. De leerlingen zijn niet gewend hiermee te werken en het kost mij veel tijd om dit op een goede manier te begeleiden. Ook de hoeveelheid informatie die ik moet verwerken is moeilijk in te passen. Hier ligt nog een uitdaging, waarbij ik denk dat een deel van de oplossing zit in het de leerlingen aanleren hoe je inzicht krijgt in jouw eigen leerproces en de juiste hulpvraag kan formuleren.

Ik zou graag meer los willen komen van de methode, het wiskunde onderwijs anders willen vormgeven, zodat meer leerlingen aan kunnen haken.
Na het lezen van het boek van Jo Boaler: Mathematical Mindsets ben ik geïnspireerd geraakt om wiskunde op een rijkere, meer visuele, uitdagende manier aan te bieden. In dit artikel wordt het mooi samengevat. Door de wiskunde op verschillende manieren aan te bieden worden meerdere gebieden van de hersenen gebruikt en kunnen er betere verbindingen gemaakt worden. Ok, ik hoor het je denken, dat kan je toch niet verwachten van een ICT tool. Haha, nee dat klopt. De ICT tool is het hulpmiddel om mijn doel te verwezenlijken. Hier heb ik nog een lange weg te gaan. De werkdruk ligt hoog, het ontwikkelen van een wiskundige leerlijn met materiaal kost veel tijd en kan ik ook niet in mijn eentje. Wellicht dat er meer docenten zijn die dit doel nastreven, dan lijkt het mij leuk als je hieronder reageert. Deze tool zou het materiaal mooi samen kunnen brengen.

Kortom, een ICT tool die veel mogelijkheden heeft en een mooie stap is in mijn ontwikkeling van het (wiskunde) onderwijs. Dat ik nog niet ben waar ik zou willen zijn is wellicht duidelijk, maar ach….het zou toch ook maar saai worden als ik daar al ben, dan heb ik niets meer te ontwikkelen :).

Studiewijzers…houvast of een strop?

De afgelopen 15 jaar heb ik mijn wiskundelessen georganiseerd met behulp van studiewijzers. Keurig staat er in een aantal kolommen de datum, de paragraaftitel, de te maken opgaven, het huiswerk en in ons digitale tijdperk wellicht linkjes naar instructievideo’s en extra materiaal. Ik heb altijd gezorgd dat de studiewijzers accuraat en overzichtelijk zijn voor de leerlingen. De SO’s en PW-en stonden ruim van te voren aangekondigd en bij de start van het hoofdstuk weten de leerlingen precies waar ze aan toe zijn.

Maar hoe gebruikt de leerling dan mijn studiewijzer?

Ik zie dat de leerlingen heel verschillend omgaan met dit hulpmiddel, een aantal leerlingen strepen keurig de gemaakte opgaven af en werken gestaag het hoofdstuk door. Andere leerlingen zijn dit papier al na les 1 kwijt en vragen vriendelijk, doch dwingend of ik wel het huiswerk in magister wil zetten. Ook is er een groep leerlingen die de studiewijzer braaf aanneemt, maar het vervolgens net zo goed als wigje opvouwt om het ietwat verouderde meubilair stabiel te krijgen.

Dit startte bij mij het gedachteproces over wat ik eigenlijk wil bereiken met het delen van de studiewijzers met de leerlingen?

Waarom werk ik met een studiewijzer?

…omdat het duidelijk is, er staat wat ik verwacht dat elke leerling doet voor de betreffende data.
…omdat ik dan op tijd mijn toetsen in magister kan inplannen, vooral als er ook veel andere vakken toetsen willen plannen, ben je toch de eerste!
…omdat ik dan goed mijn jaarplanning in de gaten kan houden, krijg ik de stof dit jaar wel af?
…omdat, ja waarom eigenlijk….

Ten eerste is het MIJN studiewijzer. Als docent heb ik het hoofdstuk bestudeerd, opgedeeld in segmenten, nagedacht over de te behalen leerdoelen, een inschatting gemaakt van de snelheid van de gemiddelde leerling en hierop een tijdspad gekozen. Ik heb gekeken welke opgaven belangrijk, moeilijk en onzinnig zijn en vervolgens de nummers van de opgaven in de studiewijzer geklopt  voor de leerlingen. Ik heb dus eigenaarschap over deze studiewijzer, de gegevens die erin staan hebben betekenis voor mij. Een leerling kan helaas dit proces niet meelezen in mijn studiewijzer. Data, paragraafkopjes en te maken opgaven zijn af te lezen….en een aantal zien vooral een grote berg werk :(.

Ten tweede is de studiewijzer NIET flexibel. Er valt een les uit, de docent is ziek, het was toch wat teveel huiswerk, het sneeuwt buiten etc. En dan blijf je toch schuiven in de studiewijzer, data veranderen, het aantal opgaven aanpassen. Vooral sinds ik bezig ben met formatief toetsen in mijn lessen wil ik WEL flexibel kunnen zijn. Ik wil kunnen reageren op de vraag van de leerlingen. Ik wil keuzes kunnen maken tijdens de lessen, leerlingen andere opdrachten geven dan hun klasgenoten en hiermee aansluiten op de ontwikkelingen van individuele of groepjes leerlingen.

DUS, wat wil ik dan wel?

…ik wil graag dat leerlingen nadenken over de leerdoelen die we deze les of dit hoofdstuk willen behalen.
…ik wil dat de leerlingen nadenken over welke opgaven ze gaan maken.
…ik wil de leerlingen begeleiden in het maken van deze keuzes?
…ik wil graag reageren op wat er gebeurt in de lessen en meebewegen met de groep.
…ik wil graag dat de leerlingen LEREN en dat ze zich bewust zijn van dit leren.
…ik wil graag dat de leerdoelen ook echt ons DOEL zijn en niet het afkrijgen van het hoofdstuk.

Oké, ik denk niet dat we het kind met het badwater moeten weggooien. Duidelijkheid en structuur is belangrijk en geeft houvast. Maar de studiewijzer, in zijn papieren vorm, is op dit moment voor mij een STROP en geen hulpmiddel.

Mijn eerste voorzichtige stappen naar een andere vorm.

Op dit moment werk ik veel met symbaloo lessonplans in mijn laptopklassen. Dit is een online tool waarin ik al het materiaal zet wat ik beschikbaar heb voor mijn leerlingen: voorkennistestjes, formatieve testjes, de te maken opgaven of applets, instructievideo’s, interactieve werkbladen, rubrics en wiskunde spelletjes. Je kan het zien als een digitale studiewijzer of ELO zonder data. De leerlingen loggen in en beginnen aan de leerroute. In de les bekijk ik wat haalbaar is, waar staan de leerlingen en wat is er nu nodig. Mijn motto hierbij is: LEREN DOEN WE OP SCHOOL. Als ik vervolgens huiswerk opgeef, is dit een verlengstuk van het zojuist geleerde. Dit kan zijn het oefenen van een bepaalde vaardigheid of een opgave maken waar je thuis even op moet puzzelen. Soms is huiswerk niet nodig, dan hebben we genoeg geleerd tijdens de les.

Het is nog geen antwoord op al mijn wensen, maar het zorgt wel dat ik veel flexibeler ben en kan meebewegen met de groep. Voor mij nu een stap in de goede richting, maar wellicht zijn er meer die met hetzelfde dilemma zitten en ook in oplossingen denken, dan zou ik het heel leuk vinden om hierover ideeën uit te wisselen!

Een blog? En waarom dan wel?

Waarom zou ik eigenlijk een blog beginnen?

Voornamelijk voor mijzelf. Ik ben iemand die veel nadenkt over hoe ik mijn lessen en het onderwijs graag zou willen zien en hoe ik dat dan zou kunnen aanpakken. Maar ook denk ik vaak over waarom ik de dingen doe zoals ik ze doe of stel ik mijzelf de vraag waarom we bepaalde dingen in vredesnaam al zo lang doen en we dit normaal vinden! Zoals bijvoorbeeld, het geven van cijfers of klassikale instructie of stappenplannen of huiswerkcontrole…..

Om al die gedachtes en overpeinzingen een plekje te kunnen geven, heb ik mezelf de opdracht gegeven om dit op te schrijven, oftewel om dit te delen in een blog. Hierdoor kan ik mijn hoofd leeg maken, overpeinzingen op een rijtje zetten en hopelijk ook tot de kern, idee, uitwerking of oplossing komen.

Een tweede doel zou zijn om mensen, online, te ontmoeten die met dezelfde overpeinzingen en ideeën rondlopen. In mijn dagelijkse werkomgeving tref ik niet altijd de mensen om mooie lessen mee te ontwikkelen of eens echt na te denken over de kern van het onderwijs. Terwijl dat juist hetgeen is wat mij energie geeft, waarmee ik mijn batterij oplaad. Ik hoop dus ook via deze blog feedback en ideeën te krijgen van iedereen die dit leest.