Toetscongres – Toetsrevolutie – 9 nov 2017

Thema: Feedback

Vandaag samen met mijn collega Koen afgereisd naar de Geertekerk in Utrecht. Daar vond het tweede toetscongres plaats, wat voortgekomen is uit het boek Toetsrevolutie van René Kneyber en Dominique Sluijsmans.

toetsrevolutie

 

 

 

 

 

Uit de vorige bijeenkomst kwam voort dat er veel behoefte was aan een verdieping van het geven van Feedback, vandaar het thema. Het toetscongres is kleinschalig opgezet, waardoor er een knusse setting ontstaat en voor mijn gevoel ook een veiliger leerklimaat ontstaat om te delen en te oefenen met collega’s uit het land.

Daarnaast ben ik erg positief over workshops die gegeven worden door professionals die zelf voor de klas staan of veel in scholen coachen on the job, hierdoor is theorie en praktijk meteen met elkaar te verbinden en kan je voor jezelf meteen plannen maken voor de les van morgen.

De aftrap, na een inleiding van René Kneyber, was van Lia Voerman. Lia is samen met Frans Faber auteur van het boekje ‘didactisch coachen’ en orthopedagoog. Lia komt veel in scholen om didactisch coachen in te voeren (een 4-jarig traject). Tijdens de presentatie wordt ook duidelijk waarom het 4 jaar is, feedback geven en de juiste vragen stellen is heel belangrijk, maar niet eenvoudig. Er is een gedragsverandering nodig van een docent. Waarbij feedback geven ook een ondergeschoven kindje is op de lerarenopleiding.

Lia nam ons mee in de wondere wereld van feedback geven:
Feedback staat in de top 5 van allerlei onderzoekslijstjes als het gaat over effectief leren van leerlingen. Op nummer 1 van de lijst van Hattie staat ‘hoge verwachtingen’. Het is heel menselijk om niet van iedereen dezelfde hoge verwachtingen te kunnen hebben, maar na het observeren van docenten is er wel gebleken dat er overeenkomsten zijn in het gedrag van een docent.
– Wees vriendelijk!
– Stel veel vragen (soort vragen, ga ik later op in)
– Geef veel feedback
– Geef weinig aanwijzingen (minder denkkracht bij de leerling)

Voordat we hier verder op ingingen, gaf Lia nog even aan wat ze met feedback bedoelt. Feedback is informatie over leren, begrip, prestatie en gedrag met als doel;
– het leren bevorderen
– motivatie bevorderen

Lia maakt onderscheid tussen twee soorten feedback.
1. Progressieve feedback -> feedback die vergelijkt met waar de leerling was. (geeft groei weer, bevordert een growth mindset)
2. Discrepantie feedback -> feedback om de kloof tussen nu en het doel te dichten. (teveel hiervan werkt demotiverend)

Daarnaast waarschuwde Lia ons om feedback vooral kort te houden en gericht op één doel, zorg dat je specifiek bent. Vergeet het sandwich- of tostimodel, leerlingen hebben dit heel snel door en zullen hier doorheen prikken en de positieve feedback niet meer horen. Geef dus feedback als daar aanleiding toe is, wees oprecht! De meeste feedback gaat over wat er goed gaat en waar groei is, ongeveer een verhouding van 3 : 1, maar meer mag ook.

Het feedback geven kan op verschillende onderdelen:
– Feedback op inhoud (minst effectief)
– Feedback op aanpak/strategie
– Feedback op leerstand/modus
– Feedback op persoonlijke kwaliteiten.

De leerstand/modus gaat over de emoties die de leerling ervaart tijdens de les of tijdens het leren. Deze modus is belangrijk om te benoemen en bij een negatieve modus is het zaak om samen te onderzoeken hoe een leerling toch aan de slag kan, modusregulatie is van groot belang op school.

Lia vertelt over AB3C, een cyclisch proces bij het geven van feedback, waarbij je kiest voor welke B:
A = Aandacht
B = Bevragen (vragen stellen)
B = Benoemen (feedback)
B = Beweren (aanwijzingen geven)
C = Check

Het stellen van vragen is een heel belangrijk onderdeel van het geven van feedback. Het stellen van een vraag lokt een reactie van de leerling uit waar je als docent feedback op kan geven. Hiervoor is het belangrijk om de leerling nadenktijd te geven.

Lia onderscheid 3 categorieën vragen.
1. Gesloten vragen, retorische vragen, vragen over regels op school. (“Wil je je tas op de grond zetten?” “Wat is de hoofdstad van Griekenland?”)
2. Denkvragen, vragen ten aanzien van inhoud, strategie en modus. (“Welk verband is er…..?” “Waarom is een balk ook een prisma?” “Hoe heb je dit aangepakt?”) Deze vraag kan leiden tot feedback.
3. Zelfregulatie, vragen over persoonlijke kwaliteiten. (“Op welke manier bereid je je HET BESTE voor op de toets?”) In het boekje zit een kaart met voorbeeldvragen.

De 1e vraagsoort is de meest voorkomende categorie in het onderwijs, samen met vingers opsteken (en dus antwoorden van de ‘slimste’ leerlingen) de minst effectieve vraag. Vraagsoort 2 en 3 zetten leerlingen aan tot denken en leiden tot feedback, vaak ook tot zelfinzicht en eigen feedback.

De meerwaarde van de workshop was naast de theorie de verrijking van het hardop oefenen en ondersteunend en verhelderend beeldmateriaal. Veel eye-openers, waar ik morgen meteen mee aan de slag kan!

De tweede workshopronde ben ik aangehaakt bij Dominique Sluijsmans, dit ging over het feedback geven aan collega’s.

Dominique begon met het verhelderen van de fasen van formatief evalueren.

fasen FE.jpg

Dominique had deze tabel aangepast voor collega’s, waarbij Leraar vervangen was door Schoolleider, Medeleerling door Collega en Leerling door Docent. Ze gaf aan dat voor het kunnen inbedden van formatief evalueren de schoolleiding met de docenten ook op deze manier moeten werken, anders krijg je niet de juiste feedbackcultuur (= van toetsgericht denken en handelen naar doelgericht werken en handelen). Ervaar zelf hoe dit werkt zodat dit in de school ook écht uitgedragen kan worden. (mooie eye-opener!) Hierdoor is het beter mogelijk om een collectieve visie en handelen mogelijk te maken.

Er werden vervolgens twee vrijwilligers gevraagd om een rollenspel te spelen, waarbij een collega een andere collega feedback geeft over het inbedden van formatief evalueren. Tijdens het rollenspel werd duidelijk hoe gecompliceerd dit is en met hoeveel facetten je te maken hebt. Een feedbackcultuur en duidelijke ‘spelregels’ en gezamenlijke doelen zijn essentieel om onderling feedback te kunnen geven. In de cultuur van veel scholen is sprake van een afrekencultuur, waardoor feedback wordt ervaren als een aanval. Mooi om in deze werkvorm dit te zien gebeuren. Een mooie boodschap voor schoolleiders om deze cultuur van rector tot leerling in te bedden….een echte uitdaging!

Tijdens deze workshop realiseerde ik mij meteen hoe ontzettend getroffen ik het dit jaar heb met een super leuk en enthousiast docententeam waar we samen werken aan deze mooie nieuwe school en er een veilige sfeer is en hoge verwachtingen = samen leren!

De dag werd afgesloten met een speelse Kahoot, de winnaar won een boekenpakket met mooie onderwijsboeken.

Een geslaagde dag, waar ik uitkijk naar de presentaties van de andere workshops (daar veel gemist natuurlijk!) en weer een heleboel interessante en leergierige collega’s heb gesproken.

N.B. De 1e periode op Cartesius2 zit er bijna op, binnenkort een blog waar ik op deze periode terugkijk, een periode van enthousiasme en werkplezier, maar ook van vallen en opstaan….

 

 

Advertenties

Starten op Cartesius 2… spannend!

cartesius2Het begon allemaal met een vacature: ‘schoolbouwers/onderwijsontwikkelaars gezocht’. Mijn eerste gedachte was, dat is precies wat ik nu nodig heb. Hoeveel ruimte een bestaande school je ook wilt geven, het blijft een grote, logge organisatie waar snelle vernieuwingen niet bestaan. Mijn droom was sowieso al om zelf een nieuwe school te beginnen. Helaas zijn die mogelijkheden er (nog) niet in Haarlem e.o. Ok, Amsterdam, gewoon maar een sollicitatiebrief schrijven en als ik uitgenodigd wordt de reistijd ondervinden (1 uur van deur tot deur). Tot mijn grote vreugde werd ik uitgenodigd en zelfs aangenomen. Ik voelde mij meteen thuis en daarbij had ik het Cartesius2 al vanaf de zijlijn gevolgd. Na een weekend thuis brainstormen hoe we alle organisatorische obstakels gingen handelen, de knoop doorgehakt, 4 dagen naar Amsterdam. Spannend!

Het laatste overleg voor de zomervakantie was al zo anders, ik kreeg vrijwel meteen het vertrouwen om het vak Formeel Denken verder te ontwikkelen. Er lag al materiaal voor het 1e jaar, dat kon ik gebruiken en daar op verder borduren. Alleen al het VERTROUWEN krijgen om het vak vorm te gaan geven gaf een enorme energie boost. En het mooie is, als je van iemand dat vertrouwen krijgt dan zorg je ook dat je dat vertrouwen niet schaadt. Met deze boost begon mijn zomervakantie.

Dus….16 jaar lang met Getal en Ruimte voor de klas gestaan. Natuurlijk van alles erbij bedacht en geprobeerd een eigen draai te geven aan de lessen, maar het boek is heilig, die zorgt voor de doorlopende leerlijn en die zorgt dat alle stof behandeld moet worden. Maar nu, waar te beginnen. Mijn eerste stap was om alle leerdoelen van leerjaar 1 t/m 3 uit te werken en te sorteren op de verschillende domeinen binnen de wiskunde. Meteen de leerdoelen uitschrijven in leerlingentaal. Dit zorgde voor een duidelijk raamwerk, de kerndoelen moeten natuurlijk wel gehaald worden. Gelukkig heb ik na 16 jaar ervaring redelijk om mijn netvlies wat de leerlingen in de onderbouw onder de knie moeten krijgen.

En dan….het internet. Ongelooflijk hoeveel materiaal er beschikbaar is online. Math4all en De Wageningse methode hebben een hele leerlijn wiskunde online beschikbaar. Dus nadat ik de leerdoelen grofweg over de modules had verdeeld begon ik met materiaal verzamelen voor de eerste modules van het leerjaar 1 en 2. Daarnaast ben ik ook positief over het werk van Jo Boaler, nadat ik haar boek ‘Mathematical Mindsets’ had gelezen. Op haar site Youcubed staan hele mooie opdrachten waarbij de wiskunde vanuit een ander oogpunt belicht wordt. Het vooral op verschillende manieren aanbieden en het zoeken en vinden van patronen in deze opdrachten zorgen (hopelijk) ook voor plezier én inzicht in de wiskunde. Terwijl ik bezig was met het vullen van mijn spreadsheet merkte ik hoe verlossend het was om even uit het keurslijf van het boek te stappen.

Door de manier waarop het Cartesius2 nu wordt ingericht, het aanbieden van modules, zorgt er mijn inziens voor dat je flexibel blijft. Modules worden elke periode geëvalueerd en herzien, ook kan je met de tijd meegaan en modules aanpassen aan de huidige ontwikkelingen.

Enfin, toen ik in mijn spreadsheet een overzicht had welke leerdoelen ik wilde behandelen en wat inspiratie had opgedaan in beschikbaar materiaal ben ik een rubric gaan opstellen. Wat zijn op 3 niveaus (basis – gevorderd – expert) de omschrijvingen wat ik van de leerling verwacht aan het einde van deze module. Dit was best heel moeilijk, om ook precies aan te geven wat de verschillen tussen de niveaus zijn.

Het principe van backwards design kwam nu van pas. Ik maakte een aantal toetsopgaven bij de verschillende leerdoelen en bij de verschillende niveaus. Aan de hand van deze toetsopgaven kon ik mijn rubric aanscherpen. Het raamwerk staat!

rubric FD1Mijn volgende vraag was, hoe ga ik dit structureren voor de leerlingen. Mijn collega van vorig jaar, Claire Linders, had in Trello een mooie SCRUM methode gevonden om de leerdoelen gestructureerd aan te bieden en door te werken. In Trello heb ik per leerdoel een kaartje (digitaal) aangemaakt. In dit kaartje zit al het lesmateriaal dat de leerlingen nodig hebben om het leerdoel eigen te maken. Om de paar leerdoelen is er een formatieve toets. De leerlingen meten dan hun voortgang en omdat deze toets digitaal is (goformative) zijn er twee voordelen, de tool kijkt na en ik heb een overzicht van de voortgang van de leerlingen. Een nadeel is dat de tussenstappen er niet in kunnen, maar daarvoor ben ik in de les actief aan het kijken wat de leerlingen in hun schrift schrijven. Als de leerlingen de formatieve toets hebben gemaakt, kruizen ze in de checklist zelf aan welke leerdoelen ze behaald hebben.

Trello bord:
Trello bord

Checklist voor leerlingen:
checklijst FD1

Een structuur waar de leerlingen natuurlijk even aan moeten wennen. De eerste les was dan ook vooral de structuur uitleggen en je aanmelden bij alle digitale tools. Gelukkig werken we met Google Classroom en daarin kan je al het materiaal verzamelen en de tools werken weer samen met Google Classroom. Een verademing met vorig jaar, waar de leerlingen continue weer wachtwoorden waren vergeten en moesten switchen tussen de tools.

Oh ja, dan vergeet ik nog de wiskundige vaardigheden. We beginnen ELKE les met 10 minuten vaardigheden. Ook dit kan weer prima digitaal. De leerlingen hebben een vaardigheden schrift en een wiskunde schrift, zodat ze lekker kunnen berekenen in hun vaardigheden schrift zonder dat het door de opgaven van de module zelf heen gaat.

Tot slot nog even over het wiskunde schrift, we werken volgens de methode van linker- en rechterbladzijde. Links komt het leerdoel, succescriteria, de aantekeningen en de gemaakte fouten (misconcepten ondervangen).  Op de rechterbladzijde gaan de leerlingen oefenen met opgaven. Zo wordt het leerproces zichtbaar.

Kan je het nog volgen? Het is veel werk, niet alleen het samenstellen van al het materiaal, maar vooral ook het denkwerk wat hier in gaat zitten. Het spannendste is nu of wat ik bedenk ook daadwerkelijk de uitwerking heeft die ik verwacht. Daarvoor is het nu nog te vroeg. We hebben bijna de eerste lesweek erop zitten, de introductie is gedaan…..

Eén ding is zeker, het geeft heel veel voldoening om aan de slag te gaan met het ontwikkelde materiaal. Ik houd jullie op de hoogte….

N.B. En in die reistijd heb ik toch mooi weer even een blogje kunnen samenstellen.

 

 

Formatieve Assessment – Responsive Teaching, de fases op een rijtje met ideeën.

Het einde van het schooljaar is in zicht, de proefwerkweek dient zich aan. Terwijl ik enerzijds het schooljaar aan het afsluiten ben, evalueer ik anderzijds in mijn hoofd het afgelopen jaar en maak ik voornemens voor het komende schooljaar. Bij mij is dat dit jaar extra sterk, omdat ik na de zomer op een nieuwe school ga werken, Cartesius 2 in Amsterdam. Het lezen van een overzichtsstudie (Doelgericht professionaliseren: formatieve toetspraktijken met effect! Wat DOET de docent in de klas? Uitgevoerd door Judith Gulikers (Wageningen Universiteit) en Liesbeth Baartman (Hogeschool Utrecht)) geeft mij een paar mooie handvatten voor deze voornemens.

De overzichtsstudie is gestructureerd volgens de onderstaande 5 fasen van formatieve assessment. Ik heb naast de 5 fasen ook de feedback cyclus toegevoegd in de onderstaande afbeelding, waar ik tot nu toe vooral mijn structuur aan heb opgehangen.

Afsluitende presentatie

Ik wil even beginnen met de conclusie van de overzichtsstudie. In geen enkele studie is de totale cyclus teruggevonden. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat er geen docenten zijn die dit doen, alleen dat dit binnen de onderzoeken niet is gezien. Fase 1 en 4 zijn flink ondervertegenwoordigd binnen de studies. Er zijn vooral cycli te vinden van 2-3-5 en van 2-3-2-3-5. Bij het uitvoeren van deze cylci heeft dit ook geresulteerd in hogere toetsscores van studenten en is er sprake van effectieve formatieve toetspraktijken. In kwantitatieve resultaten is fase 2 sterk vertegenwoordigd. Dit is niet verrassend, zonder deze fase (ontlokken van studentreacties) is er überhaupt geen sprake van formatieve assessment 🤔.

Ok, laten we even inzoomen op de verschillende fasen. Wat zegt de overzichtsstudie en wat kunnen we ermee in de klas?

Fase 1: Verwachtingen verhelderen (FEED UP).

Wat DOET de docent:

  1. Docenten formuleren heldere en doelgerichte leerdoelen en succescriteria en gebruiken learning progressions (A learning progression is a carefully sequenced set of building blocks that students must master en route to mastering a more distant curricular aim. These building blocks consist of subskills and bodies of enabling knowledge.) als voorwaarde voor formatief toetsen.
  2. Docenten communiceren deze leerdoelen/succescriteria op meerdere momenten tijdens de lessenreeks.
  3. Docenten betrekken studenten actief bij het gezamenlijk expliciteren van succescriteria. In mijn vorige blog geef ik hier concrete voorbeelden van uit het boek ‘Leren zichtbaar maken met formatieve assessment’. Een mooie blog van Jörgen van Remoortere over ‘comparative judgement‘ gaat over het actief betrekken van leerlingen bij succescriteria.
  4. Docenten weten een balans te vinden tussen helder gespecificeerde doelen en dichtgetimmerde doelen.

Voor mij een eye-opener om ook leerdoelen die gericht zijn op participatie, sociale norm en/of samenwerking te formuleren. Leerlingen staan hierdoor meer ‘aan’ en er komt een gelijkwaardigere relatie tussen student en docent. In mijn vorige blog schreef ik ook al over het delen van leerlingenwerk om zo zicht te krijgen op misconcepten en succescriteria scherp te krijgen.

In de lijst van John Hattie van ‘Leren zichtbaar maken’ staat verwachtingen van leerlingen op nr. 1 met de grootste effectgrootte. Hattie lijst presentatie

Hattie geeft aan dat een effectgrootte van meer dan 0,4 de moeite waard is. Daaronder is er een verwaarloosbaar effect. Dus een onderdeel met een effectgrootte van 1,44 is zeker de moeite waard om in te investeren. Voor de volledige lijst, klik hier.

Fase 2: Studentreacties ontlokken en verzamelen.

Wat DOET de docent:

  1. De docent ontwerpt en zet doelgerichte methodieken in, gekoppeld aan leerdoelen.
  2. De docent gebruikt een breed repertoire aan methodieken, zowel formeel als informeel, in de klas.
  3. De docent maakt veelvuldig gebruik van vragen stellen en klasdiscussies gericht op het uitdiepen van begrip in plaats van zoeken naar het goede antwoord.
  4. De docent brengt een klassenklimaat tot stand waarin de studenten sturing geven aan een klassendiscussie en de docent flexibel kan inspringen op wat studenten inbrengen.

In deze fase is het leerproces van de docent om steeds vaker informele formatieve assessment te gebruiken. Als de docent de leerdoelen helder heeft, dan kunnen de methodieken hier goed op aansluiten en zal het effectiever zijn. Een belangrijke tool is het vragen stellen, dit vergt ook oefening van de docent en een veilig leerklimaat (fouten maken moet!) Er zijn ook vele digitale tools, die kunnen helpen bij het verzamelen van de gegevens uit de klas.

Om wat ideeën te krijgen voor het verzamelen van studentreacties kan je de documentaire van Dylan William kijken; the classroom experiment part 1 en part 2. De whiteboards uit deze documentaire gebruik ik regelmatig. De leerlingen vinden het ook een fijne manier van werken. De digitale tools die ik gebruik zijn goformative, socrative, Trello, Symbaloo lessonplans, wizer.me en google forms. Er zijn nog veel meer ICT tools, zoeken op internet levert veel hits op en op you tube staan vaak tutorials over het gebruik van deze tools. Mijn motto hierbij is: eerst het doel, dan pas de tool!

Fase 3: Analyseren en interpreteren van studentreacties

Dit onderdeel komt in veel studies niet expliciet terug. Het gevaar is dat er te weinig tijd wordt besteed aan het analyseren van de reacties, waardoor moeilijk bepaald kan worden wat de vervolgstap zou moeten zijn. Een effectievere docent besteed hier meer tijd aan en is gericht op het boven tafel krijgen van dieper begrip van de student en zoekt naar de misconcepties die de leerlingen hebben. Daarvoor is het soms nodig om aanvullende informatie te verkrijgen door te vragen, klassendiscussies te houden of studenten elkaars werk te laten vergelijken en uit te diepen. De blog van Jörgen van Remoortere over ‘comparitive judgement’ is een middel om je eigen werk als student te analyseren en verbeteren.

Fase 4:  Communiceren met studenten over resultaten.

Wat DOET de docent:

  1. De docent geeft doelgerichte en beschrijvende feedback en adresseren misconcepties.
  2. De docent biedt concrete suggesties en ruimte voor verbetering. Het gaat om het expliciet inbouwen van ruimte voor de student om zich n.a.v. de feedback te verbeteren (FEED UP).
  3. De docent biedt sturing aan zelf-assessment en peer-feedback. “ga elkaar maar feedback geven” is niet voldoende.

Uit de studies is echter weinig gebleken wat de docent DOET.
Hoe beter de leerdoelen en succescriteria, hoe beter de feedback gegeven kan worden. De feedback die de docent geeft is om bij te sturen om het leerdoel te behalen. Ook de feedback die de docent krijgt vanuit de leerlingen is erg waardevol, die zegt iets over hoe de instructie of opdrachten is aangekomen bij de leerlingen. Dit kan belangrijk zijn bij de vervolgstappen (Fase 5).

Fase 5: Vervolgacties ondernemen.

In deze studie wordt aangegeven dat hier weinig terug te vinden is in wat de docent precies DOET.

  1. De docenten baseren hun vervolgstappen op zwakheden en misconcepties nadat ze de studentreacties hebben geanalyseerd.
  2. De docenten gebruiken hun kennis van instructiestrategieën om een geschikte vervolgstrategie in te zetten.

Een enkele studie laat zien dat docenten een bewuste vervolgstrategie kiezen voor een individuele student en/of sterke student. De meest voorkomende praktijken laten zien dat de vervolgstrategie niet gebaseerd is op de analyses en dat er gekozen wordt voor herhalen van de les (reteaching) of het tempo aanpassen (pacing).

In veel visies wordt formatieve assessment beschreven om zelf-regulatie en zelfsturing te stimuleren van de leerlingen, de docenten die dit voor ogen hebben vertonen andere gedragingen dan docenten die het inzetten om kennisontwikkeling te stimuleren. Een mooi voorbeeld is mijn collega Sam Verheijen die tijdens de mentorlessen rubrics heeft gebruikt over de mindset en leerhouding van leerlingen. Een aantal leerlingen haalden hier duidelijke handvatten uit om hun leerprestaties te verbeteren, door hun eigen leerhouding aan te passen.

De afgelopen twee weken hebben we op onze school twee innovatieweken gehad, hierbij kregen we de vrije hand om ‘dingen’ uit te proberen. We hebben gekozen om te experimenteren met formatief toetsen, leerdoelen formuleren in de studiewijzer en zelf de werkvorm kiezen (zelfstandig werken in stilte, werken in groepjes en verlengde instructie). Veel leerlingen waren enthousiast over de keuzevrijheid van de werkvorm. Dit had niet in alle gevallen ook het gewenste resultaat, maar als ik nadenk over fase 5, dan zou je leerlingen een werkvorm kunnen laten kiezen na een formatief meetmoment. Ik denk zeker dat leerlingen begeleid moeten worden in het maken van deze keuze en dat het gesprek erg belangrijk is. Daarnaast kan je ze ook zelf een moeilijkheidsgraad kunnen laten kiezen van de te maken opdrachten. Het stukje autonomie en zelfbewust zijn van wat je nog nodig hebt (eventueel met wat tips van de docent) zou best motiverend kunnen werken. De sleutel ligt denk ik bij de leerlingen, die je vooral moet opleiden en begeleiden om deze keuzes te kunnen maken a.d.h.v. resultaten van formatieve meetmomenten en een stukje zelfkennis.

Als ik terugkijk op de eerste dingen die ik heb geprobeerd met formatieve assessment, dan waren dat vooral de ict tools en het gebruik van whiteboardjes. Het analyseren van de studentreacties en daarop mijn onderwijs aanpassen is pas later gekomen. Ook het opstellen van leerdoelen kwam pas later. Als ik nu een advies zou mogen geven aan collega’s die hier net mee gaan beginnen is het toch eerst heldere leerdoelen en bijbehorende succescriteria te formuleren en te delen met leerlingen. Dan heb je voor jezelf helder wat je van de leerlingen verwacht en neem je de leerlingen ook meteen mee in dit proces.

Ik vond het een interessante overzichtsstudie en het helpt mij om de structuur van formatieve assessment – responsive teaching – neer te zetten.